De Brossel-reeksen van de Electrorail-groep

De groep Electrorail zal via haar autobusfiliaal (Société Auxiliare de Transports et Travaux) vanaf eind jaren 1940 een trouwe klant van Brossel worden. We kunnen de bestellingen in het orderboek van Brossel volgen. De titels in het artikel geven de chassisnummers weer.

Mijn dank gaat uit naar Freddy Coussens en Walter Ceulemans. In hun documentatie lagen de « missing links » om het hele verhaal te voltooien.

1116-1117

De eerste twee Brossel chassis werden niet door Electrorail besteld, maar kwamen uiteindelijk wel bij hen terecht.

Voor de Tweede Wereldoorlog hadden de Autobus Bruxellois 22 chassis van het type AB.6DS besteld. Enkele hiervan werden na 1945 niet afgenomen. Op twee overgebleven chassis bouwde Ragheno uit Mechelen twee koetswerken. Deze twee bussen kwamen in 1946 de ETG (Gent) terecht waar ze de deugdelijkheidsnummers 31-130 en 31-132 kregen. Na de reizigersdienst kregen ze nog een tweede leven als werkbus.

1135-1145, 1235-1238

Een eerste bestelling volgt in 1946. Tien chassis van het type A65DS krijgen een opbouw door Paul d’Heure (1135-1144). Vier stuks gaan naar Gent, waar ze de nummers 31-41, 31-50, 31-54 en 31-55 krijgen.

Zes stuks gaan naar Seraing, waar ze de reeks 31-36 vormen. Van deze reeks kunnen we de gekende kentekens en deugdelijkheidsnummers nog niet aan de reeksnummers koppelen.

Aan het Gentse Sint-Pietersstation staan de 31-41 en 31-50 op hun vertrekuur te wachten. © L. Bollen.

31-41

In het Brossel orderboek staat nog een elfde chassis als « sous réserve » (1145). Of dit ooit een opbouw gekregen heeft, is niet zeker.

In Seraing krijgen een livrei die bestaat uit het typische donkergroen van de RELSE. De 32 staat aan het eindpunt Chatqueue in Flémalle-Haute. © L. Bollen.

RELSE 32

Tegelijk bouwt Paul d’Heure ook vier aanhangers op het Brossel R61 chassis (1235-1238). Twee stuks komen in Gent terecht (31-74 en 31-85). Het is niet duidelijk waar de andere twee gereden hebben – een vermoeden gaat naar Seraing.

1515-1518

In 1951 bestelt Electorail een eerste reeks Brossel A88 DLH. Jonckheere levert de koetswerken die een typische « Electrorail » look meekrijgen.

Bus 62 in de remise van Jemeppe, reeds in de livrei van de STIL. © L. Bollen.

RELSE 62

Twee exemplaren (chassis 1514 en 1515) komen bij de TEPCE in Charleroi terecht (reeks 31-32), waar ze nodig waren voor de nieuwe buslijn tussen Gilly en Couillet. De overige drie gaan naar Seraing, waar ze de reeks 61-63 vormen.

1554-1555

Deze twee chassis – type A88 DLH – krijgen in 1953 een opbouw door Paul d’Heure en komen in Seraing terecht, waar ze de nummers 64 en 65 krijgen.

1678-1682

Van Hool bouwt in 1954 vijf koetswerken op een Brossel A88 DLH chassis. Vier exemplaren komen direct in Seraing te rijden. Ze vormen de reeks 66-69.

De 68, hier al in STIL livrei, poseert op het busstation van Jemeppe. © L. Bollen.

RELSE 68

Het vijfde chassis (nr. 1679) komt eerst in Gent te rijden als 31-209 (met 3197.P als kenteken). Pas in 1957 (na de levering van de reeks Mack-bussen) duikt de bus in Seraing op. De bus krijgt dan het nummer 75.

1874-1878

Ook deze reeks van vijf Brossel A88 DLH-chassis krijgt een opbouw door Van Hool. Ze worden in 1954 gebouwd.

De TEPCE 33 aan het station Charleroi Sud. © L. Bollen.

TEPCE 33

De chassis 1874 en 1877 komen begin 1955 in dienst bij de TEPCE als 33 en 34.

De 31-225 aan het Gentse Sint-Pietersstation. In 1958 wordt dit de TEPCE 42. © L. Bollen.

ETG 225

De chassis 1875 en 1876 komen eerst in Gent in dienst: respectievelijk als als 31-223 en 31-225. Ze verkassen in 1958 naar Charleroi waar ze respectievelijk de nummers 39 en 42 krijgen (met kentekens 6252.P en 4727.P).

Ook Seraing krijgt nog een bus: chassis 1878 komt daar in 1955 in dienst als 70 (91-454).

2078-2080

Een derde reeks Brossel A88 DLH/Van Hool volgt in 1955.

Het chassis 2078 komt in 1955 in Seraing in dienst als de RELSE 71.

De 31-239 in de Gentse Belfortstraat. Deze bus verkast in 1958 naar Charleroi en krijgt er het nummer 41. © P. Moth.

ETG 239

De overige twee bussen (chassis 2079-2080) komen eerst in dienst te Gent als respectievelijk 31-239 en 31-238. Ze gaan na de levering van de reeks Mack-bussen naar Charleroi als 41 (63-158) en 40 (63-156) (reeks 39-42).

2554-2560

De laatste zeven Brossel A88 DLH krijgen een opbouw door de Lierse constructeur Bostovo. De reeks – die in 1957 in dienst komt – wordt over twee bedrijven verdeeld.

De STIC 40 (63-156) en 37 (63-120) op de stelplaats van Genson. Bus 37 (Bostovo) werd nieuw geleverd, bus 40 (Van Hool) is afkomstig uit Gent. Er zijn enkele verschillen merkbaar tussen de twee bussen. © collectie M. Reps

ETG TEPCE 40 en 37

De chassis 2554-2556 vormen de reeks RELSE 72-74, terwijl de 2557-2560 komen in dienst als de TEPCE 35-38. Van deze laatste reeks missen we nog een tweetal deugdelijkheidsnummers.

3256-3264

Jonckheere bouwt op negen chassis van het type Brossel A92 DLH een nieuw type koetswerk, waarin de koplampen in een holte zitten. Twee exemplaren (3256-3257) gaan naar de RELSE, waar ze de nummers 76-77 krijgen. Het saldo gaat naar Gent, om daar reeks 315-321 te vormen.

De MIVG 320.

ETG 320

Bronnen:

  • lijst bussen bij de STIC - Walter Ceulemans. Download - pdf (19 kB)
  • Overzicht bussen bij de ETG op 23 augustus 1957 - documentatie Freddy Coussens. Op dat ogenblik is de levering van de reeks Mack-bussen al aan de gang. Kort nadien zouden de Brossel A88 DLH naar Charleroi verhuizen. Download - pdf (510 kB)
Terug naar boven