De busdiensten van de NMBS

Een deel van de netkaart van de NMBS uit 1934. De busdiensten zijn met rode lijnen weergegeven.

Niet enkel de Buurtspoorwegen zagen in de jaren 1920 de opkomst van de vele busdiensten met lede ogen aan. Ook voor de NMBS waren veel buslijnen, die soms parallel liepen met een spoorlijn, een doorn in het oog.

In 1932 maakt een wet het voor de NMBS mogelijk om zelf autobusdiensten te organiseren. Hiervan maakt ze al in hetzelfde jaar gebruik om de treinen op de lijn Roeselare-Ieper door bussen te vervangen.

In 1934 zien we al zo'n twaalf vervangende en aanvullende buslijnen in de dienstregeling. In 1939 vinden we 68 buslijnen terug, die een totaal van 1659 kilometer afleggen. Begin jaren 1950 was dit opgelopen tot 120 busdiensten.

Eén van de eerste verbuste buslijnen was Ieper-Roeselare, waar de firma Deceuninck ondermeer deze Brossel/Jonckheere op inzette.

Deceuninck Brossel/Jonckheere

Hoe ging de maatschappij te werk? Bij lijnen waarvan de machtiging verviel, kon ze door het voorrangsrecht de lijn opeisen. Dit recht gold als de buslijn bijvoorbeeld nabij een bestaande spoorlijn liep. De vroegere uitbater van een dergelijke lijn bleef dan meestal als « pachter » rijden. Maar de spoorwegen vroegen zelf ook veel nieuwe lijnen aan, en stelden pachters aan om ze uit te baten. De maatschappij legt hiermee de grondslag van het nu nog bestaande systeem van "exploitanten".

Twee bladzijden uit de NMBS zomerdienstregeling van 1939.

dienstregeling 1939

In het spoorboekje kregen werden deze lijnen genummerd naar de spoorlijn waarnaast ze liepen. De nieuwe diensten die we vanaf 1937 zien verschijnen worden tussen 180 en 300 genummerd. Vanaf 1946 worden de aanvullende diensten tussen 201 en 499 genummerd.

Terug naar boven