De « PCC-style » bus

Is dit de derde GMC die in 1947 ingevoerd werd? De prentkaart toont een GMC van Jean Cousin te Voormezele op de lijn Le Bizet-Ieper.

Naast de Twin Coach zou ook het Amerikaanse busmodel dat door de PCC-tram beïnvloed werd de oceaan oversteken.

In 1929 gaan enkele vertegenwoordigers van Amerikaanse trambedrijven op zoek naar design een nieuwe, modernere tram, die beter beantwoorde aan de noden van de reizigers. Dit Presidents' Conference Committee (later kwam het voorvoegsel Electric Railway erbij) stelt in 1936 het nieuwe design voor. De typische vormen waren de sterk schuin staande voorruiten. De zijkanten kregen boven de ramen voor de zittende reizigers, ook aparte raampjes voor de staande reizigers – de zogenaamde standee windows.

Een bewaarde GMC Old Look van de New York City Omnibus Cy, © Adam E. Moreira

twin coach en gmc

Hoewel de PCC-tram bedoeld was om de concurrentie met de bus aan te gaan, zou de bus de vormgeving overnemen. In 1940 stelt Yellow Coach haar nieuwe model voor. Naast GMC zouden nog andere Amerikaanse constructeurs deze bouwwijze overnemen. Ook constructeurs als ACF-Brill en Mack zouden het model aan hun smaak aanpassen.

De GMC « Old-Look » Transit Bus

In 1948 verscheept de General Motors Company drie bussen naar Europa, om als demonstratiewagen te dienen. Eentje ervan blijft in België hangen en wordt door de Buurtspoorwegen aangekocht. Hij krijgt er het nummer 295 en zal in de streek van Luik en Borgworm ingezet worden. [1]

De drie bussen waren wellicht van het model TDH-4507. Het gaat om een lijnbus (T = Transit) met een dieselmotor (D) met een automatische versnellingsbak (H = hydraulic transmission). De bus was 35 voet (ca. 11 meter) lang.

NMVB 295

Het model van deze bus werd in 1940 op de markt gebracht door Yellow Coach, waarin General Motors een aandeel had. In 1943 werd Yellow Coach door GM gekocht en samengevoegd met de vrachtwagenafdeling. GMC zou het model verder blijven bouwen tot 1959. Later zou het model de naam « Old-Look » krijgen.

Qua uitzicht doet de bus sterk aan de PCC tram denken. De kop van de bus kent ook de karakteristieke vorm van de PCC-tram.

Invulling door de Buurtspoorwegen

Eind jaren veertig buigen de Buurtspoorwegen zich over een nieuw model autobus, dat het nodige comfort voor zowel chauffeur als reiziger zou bieden. Qua uiterlijk zou de bus ook een nieuwe, ruimer aanvoelende vormgeving krijgen. De inspiratie voor de voorruit kwam van deze GMC bussen.

NMVB 835 en 876 te Bastogne.

In 1951 bestellen de Buurtspoorwegen tien chassis bij de firma Willems, met een horizontaal gemonteerde Guy motor (tussen de assen). De opbouw gebeurt door Jonckheere. De komende zeven jaar zouden talloze reeksen volgens dit - Standaard I - type Lees meer over het Standaard I-type.gebouwd worden, dit door verschillende constructeurs, (Jonckheere, Maes, Van Hool, Germain, maar ook de eigen buurtspoorweg-ateliers) op vooral diverse types van Brossel-onderstellen.

In 1958 zouden de Buurtspoorwegen nogmaals drie GMC-bussen vanuit de States importeren. De kortere 1747 van het type TDH-3714 en de langere 1748-1749 zouden in het Antwerpse gaan rijden. Ze dienden vooral om het zelfdragende chassis te bestuderen en te evalueren.

Bij de stadsbedrijven

Het « Old-Look »-model zou op de tekentafel van de Electrorail groep nog een eigen invulling krijgen. Deze groep, die de stadsvervoerbedrijven van Gent, Charleroi en Luik-Seraing onder haar hoede had, ontwierp begin jaren vijftig een eigen stadsbustype, dat op het Brossel A88 DLH chassis gebouwd werd door Van Hool, Jonckheere en Bostovo. De voorruiten staan ook schuin, maar niet zo hellend als bij de Buurtspoorwegen.

Ook de TAO reeks 55-61 - Guy Victory / Van Hool - uit 1952 doet sterk aan de GMC denken.

Mack

Ook Mack zou na de Tweede Wereldoorlog kenmerken van de PCC-tram in haar bussen overnemen. Bij Mack geven de types het aantal zitplaatsen aan. Ook hier zien we de geknikte voorruit en de standee windows verschijnen. Net als bij GMC gaat het om monocoque - zelfdragende - bussen.

In 1954 voert het Gentse stadstrambedrijf ETG een tweedehands Mack C41-DT in vanuit de States. Het model werd toen al niet meer gebouwd. [2] In Gent krijgt hij het nummer 31-222. De bus wordt als het neusje van de zalm gezien qua technische uitrusting en comfort voor de reiziger.

MIVB 8049 op de Bergensesteenweg te Anderlecht.

In 1955 kopen de ETG en de MIVB samen 25 chassis van het type C37-DT aan. Deze worden onder licensie door de Ateliers de Familleureux van een opbouw voorzien. Ze krijgen de nummers 260-269 in Gent en 8046-8060 in Brussel, en komen in 1957 in dienst.

Noten en bronnen:

  • Een tweede exemplaar zou gaan rijden bij het Nederlandse bedrijf NHADO. De bus werd door de Stichting Veteraan Bussen bewaard. Het derde exemplaar zou nog bij Jean Cousin uit Ploegsteert gereden kunnen hebben. ^
  • Het C41-DT model werd tussen 1948 en 1951 geproduceerd, het C37-DT tussen 1948 en 1953. ^
Terug naar boven