De trolleybusprojecten van de Buurtspoorwegen

De Buurtspoorwegen hebben in de loop van hun bestaan een paar projecten gelanceerd om een trolleybuslijn op te starten.

Oudergem-Overijse

Al in 1912 wou de NMVB Oudergem en Overijse met een tramlijn - doorheen het Zoniënwoud - verbinden. Door de felle tegenstand zag ze af van dit project. De lijn werd vanaf begin 1925 met autobussen uitgevoerd, dit in afwachting dat de tram er toch zou komen. Eind jaren 1920 laat de maatschappij de tram varen, en komt de trolleybus in beeld.

Het Ministerie van Communicatie keurt begin januari 1930 de plannen goed voor een trolleybuslijn van 13 km lang, en de installatie van drie onderstations voor de stroomvoorziening. Het Koninklijk Besluit volgt op 2 maart 1933, maar dan beslist de NMVB om af te zien van de concessie en de lijn verder met gewone bussen uit te baten.

Eén van de twee Guy BTX voor de Buurtspoorwegen, voor de ateliers van Guy. © coll. J.-H. Renard (uit Godeaux, et.al., 2001).

NMVB 101

Maar kort voordien had de NMVB bij het Britse Guy wel al twee trolleybussen van het type BTX aangekocht. Deze EB701 en EB702 zouden tot 1942 werkloos in de stelplaats van Overijse blijven staan. Ze worden door de RELSE overgekocht, die ze als 601-602 nummert en ze inzet op lijn Flémalle-Engis.

Het project Mechelen-Muizen

Al na de Eerste Wereldoorlog wou het Mechelse stadsbestuur een trolleybuslijn naar Muizen inrichten. Pas in april 1936 geeft de NMVB haar dossier aan het stadsbestuur af. Het project krijgt in juni 1937 een voorlopige toelating. De Buurtspoorwegen proberen bij de provincie Antwerpen ook kapitaal los te weken om de werken aan te vangen. Maar ze vangen bot, net als bij het Ministerie van Communicatie, die maar weinig brood in het hele project ziet.

Pas op 26 november 1940 volgt de definitieve goedkeuring door een Koninklijk Besluit. Maar door de schaarste aan materialen tijdens de oorlog zou de trolleybus nooit het licht zien.

1958: een trolley van de NMVB op bezoek in Brussel en Luik

Na de Suezcrisis zoekt de regering naar middelen om minder afhankelijk van fossiele brandstof te worden. Ook de Buurtspoorwegen worden verzocht hieraan mee te werken. De maatschappij beslist in 1957 om een dieselbus tot trolleybus om te bouwen. Ze vertrouwt het project toe aan de ateliers van Hasselt, die op een chassis Brossel A98 DAR - met chassisnummer 2741 - een trolleybus bouwen. De gewone achteras werd vervangen door een sterkere achteras met een aangepaste overbrenging.

ACEC levert een motor van 140pk, die achteraan de bus geplaatst wordt. Het koetswerk heeft een versterkt dak, en geïsoleerd voor het aanbrengen van de trolleystangen. De bus krijgt het administratieve nummer 717.

De Brossel-trolleybus op de Place St-Lambert te Luik. © NMVB.

NMVB 101

De bus voert tussen 1 oktober 1958 en 31 maart 1959 proefritten uit bij de TULE. In 1960 werd de bus tot een gewone dieselbus omgebouwd, en krijgt 2255 als nieuw nummer.

De trolleybus naar Grimbergen

Wanneer de Buurtspoorwegen in 1978 de tramlijn Brussel-Grimbergen opheffen, stelt het Ministerie van Verkeer voor om een trolleybuslijn in te richten als vervanging. De NMVB ziet het project - zeker al door het kostenplaatje - niet zitten.

Bronnen:

  • Bogaerts, B. (eindred.). (1985).Instappen aub! Honderd jaar Buurtspoorwegen in België.. Antwerpen/Amsterdam: De Nederlandsche Boekhandel.
  • Godeaux, J.-G., Evrard, J., Lambou, M., Stekke, R. (2001). Liège aux fils de trolleybus.. Liège: Editions du G.T.F.

Lees meer over:

Terug naar boven