De Van Hool waterstofbus

De waterstofbus te Lier.

Op 14 mei 2007 stelt Van Hool haar eerste volledig hyride bus voor. Deze wordt aangedreven door een combinatie van waterstof en batterijen. Het project krijgt de steun van de Vlaamse regering en zes private partners.

Al in 2005 had Van Hool vijf waterstofbussen in de States geleverd, waarvan vier aan AC Transit uit Oakland.

De nieuwe brandstofcelbus is technisch geavanceerder dan zijn voorganger. Hij is de eerste volwaardige hybride bus (waterstof-elektrisch) die remenergie recupereert. Daardoor heeft hij veel minder energie nodig dan de vroegere brandstofcelbussen. Daarnaast heeft hij dezelfde capaciteit (tot 104 reizigers), levert hij dezelfde prestaties en heeft hij dezelfde actieradius (tot 350 km) als een moderne dieselbus. Om dit te bereiken ontwikkelde Van Hool een 13,2 meter lang voertuig met drie assen. De tweede as is gestuurd.

Dankzij een nuluitstoot is de waterstofbus erg milieuvriendelijk. Omdat er geen verbrandingsproces is, stoot de bus geen schadelijke stoffen uit zoals CO2 (broeikaseffect) en NOx (zure regen). Ook van fijn stof is geen sprake. Uit de uitlaat komt alleen een wolkje waterdamp. De bus is ook aanzienlijk stiller dan een moderne dieselbus. Dat komt omdat er geen bewegende mechanische delen zijn in de brandstofcel.

In september 2004 ontving Van Hool 380.000 euro vanuit het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT) via een O&O-bedrijfsproject. In mei 2006 steunde de Vlaamse Regering de opleiding voor de bouw van de waterstofbus met een bedrag van 945.000 euro opleidingssteun.

De bus komt vanaf juni 2007 in reizigersdienst bij De Lijn, eerst in het Antwerpse, later ook in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. In 2008 wordt de proef stopgezet.

Ook in België komt er nog een vervolg. De Lijn bestelt in 2013 een kleine reeks van vijf waterstofbussen. In december 2014 worden ze vanuit de stelplaats Tjalkstraat in gebruik genomen. Ondertussen werden ook al exemplaren in Oslo geleverd.

Terug naar boven