De « vierkante » standaardcarrosserie

Chaval (later Dujardin) had zowel bij Van Hool als Jonckheere bussen met een vierkante carrosserie aangeschaft. De knik bij de Van Hool is op deze foto duidelijk zichtbaar.

In Nederland stelt de Commissie Standaardisering Autobusmaterieel in 1966 de standaard stadsbus voor. Ook bij het streekvervoer, dat grotendeels in handen was van dochterondernemingen van de Nederlandse Spoorwegen, werd sinds midden jaren 1950 al met standaard koetswerken gewerkt. Midden jaren zestig werd door de NS en Verheul een nieuwe standaardstreekbus ontwikkeld. De bus had brede deuren en over de hele lengte een vlakke vloer. De carrosserie werd hoekiger met grote raampartijen.Wikipedia: Commissie Standaardisering Autobusmaterieel

Verschillende Belgische constructeurs laten zich ook door het model inspireren. Vanaf eind jaren zestig verschijnen ook bij ons de eerste hoekige koetswerken. Ze werden door Van Hool, Jonckheere, Verleure, Desot en Stoelen gebouwd, waarbij de eerste twee constructeurs het leeuwendeel van de productie voor zich namen.

De "vierkante" modellen van Van Hool en Jonckheere lijken sterk op elkaar, maar tonen ook enkele verschilpunten. Bij Van Hool zien we dat de voorruit uit één stuk bestaat, terwijl die bij het merendeel van de exemplaren van Jonckheere - net zoals het Nederlandse voorbeeld - uit twee ramen bestaat. Van Hool werkt met vierkante koplampen, Jonckheere met ronde.

Vooral de flank is verschillend: een Van Hool is makkelijk herkenbaar door de lichte knik in het midden, waar de bus dus iets breder is. De deuren hebben dezelfde knik. Jonckheere maakte zijn flanken en deuren recht.

Diana Cars uit Belsele kocht in 1973 deze Van Hool op DAF MB200 chassis. Hij kreeg in 1977 het nummer 255119.

dienstregeling

Van Hool bouwt het model vooral op de eigen Van Hool-Fiat types, zoals 331, 333, 340 en 420. Voor enkele exploitanten wordt ook op externe chassis gewerkt. Zo bestelt Weyn uit Kemzeke een exemplaar op het Volvo B58 chassis, terwijl ondermeer Dauwe en Diana Cars er op het DAF MB200 chassis aankopen. Staca koopt enkele exemplaren op het Leyland Worldmaster chassis.

Ook de stedelijke vervoerbedrijven van Antwerpen en Gent wagen zich aan het model. Enkel de eerste reeksen voor Antwerpen hebben nog een knik in het koetswerk. Alle bussen zijn van het type 409. Bij de MIVA gaat het om de reeksen 531-646, bij de MIVG om de 660-683 en 01-76.

Een klassiek beeld uit de vroege jaren zeventig: een « vierkante » Jonckheere in het NMBS-groen. Gruson 22 op een Miesse chassis. © L. Bollen.

dienstregeling

Voor zover gekend kwamen de eerste vierkante Jonckheeres bij Staca terecht. Deze waren op het DAF MB202 chassis gebouwd.

Jonckheere zou het model op verschillende chassismerken bouwen: Magirus, Volvo, DAF, Leyland, Mercedes-Benz, Scania en Miesse. Bij het begin van de productie kon je aan de grille een merk al van ver herkennen. Later werden de grilles gewoon rechthoekig.

Bij Verleure kennen we enkele voorbeelden van deze carrosserie. Stoelen bouwde pas vanaf 1973 zijn eigen versie, die duidelijk herkenbaar is aan het smallere front van de bus. Stoelen bouwde exclusief op het DAF MB200 chassis en had vooral bij Kruger een gretige afnemer.

Deze Kruger 157289 is een voorbeeld van een Stoelen standaardcarrosserie.

dienstregeling

Tot slot bouwde ook Desot enkele exemplaren, dit op Miesse en DAF chassis. Eén exemplaar werd op een Pegaso chassis gebouwd en kwam bij Cannaerts terecht.

Desot was in de jaren 1970 importeur geworden van het Spaanse merk Pegaso. Om het wat naamsbekendheid te geven bouwt het bedrijf op het type 5031 een vierkante carrosserie. De bus wordt aan Cannaerts uit Heffen verkocht.

dienstregeling

Jonckheere zou het model iets langer dan Van Hool produceren. Maar eind jaren zeventig is het einde verhaal voor deze standaardcarrosserie. Jonckheere brengt op dat ogenblik zijn streekbusversie van de Bermuda uit: de TransCity. Van Hool plaatst vanaf dan zijn A120 op de voorgrond.

Terug naar boven