Het invoeren van de Z-kaart

Een aantal Z-kaarten.

Vanaf haar ontstaan hadden de Buurtspoorwegen met het sectietarief gewerkt. Hierbij werd de prijs van een ticket bepaald door het aantal secties die je als reiziger wou afleggen. Het was dus belangrijk om de afstand van de lijn te kennen. Per lijn werden later sectietabellen gemaakt, waarbij de haltes vermeld werden (je kan ze zien als de voorlopers van de huidige lijnschema's). Ook in de algemene reisgidsen werden de haltes per sectie ingedeeld.

Aan dit alles zou begin jaren 1980 met de eerste passen richting zonetarief een einde komen. Heeft de Buurtspoorwegen hiervoor de mosterd uit Nederland gehaald of niet? Daar werd na enkele proeven in de jaren 1970 in 1980 al het zonetarief ingevoerd.

De eerste proeven vonden vanaf 1 september 1981 plaats in de stedelijke gebieden van Gent en Charleroi. Dit waren niet toevallig gebieden waar naast de Buurtspoorwegen ook een eigen stedelijk bedrijf werkzaam was. Ook in de streek van Aarlen en aan de Kust werd het zonetarief ingevoerd.

Met het zonetarief werd het land in 39 regio's opgedeeld. Deze regio's werden op hun beurt in maximaal 99 zones onderverdeeld. Dit waren in theorie zeshoeken met een diameter van ongeveer 4,5 kilometer. Maar uit praktische overwegingen werden toch zoveel mogelijk administratieve (lees: gemeentelijke) grenzen gevolgd.

Samen met het zonetarief werd ook de Z-kaart ingevoerd. Dit is de Belgische variant van de gekende Nederlandse strippenkaart. Een strip stond gelijk aan één zone. Maar er werd ook altijd extra strip als opstaprecht gestempeld. Reisde je door vier zones, dan werd de vijfde strip afgestempeld. Wel mocht je binnen de zone van bestemming gratis overstappen.

De stedelijke gebieden van Gent en Charleroi waren al in een aantal zones onderverdeeld. Zo bestond het grootstedelijke gebied van Gent uit maar liefst vijf zones.

Op 14 januari 1985 was het zover. In heel het land werd het zonetarief ingevoerd. Dit ging gepaard met een grote mediacampagne. Naast een algemene kaart bestond er ook een kaart met vermindering, kaarten die aansluiting gaven op het net van een stedelijk bedrijf, en een kaart die in voorverkoop beschikbaar was (deze had een extra strip).

Nog dat jaar begonnen ook de eerste experimenten met de magnetische kaart. Deze zouden bij de Buurtspoorwegen nooit algemeen ingevoerd worden. De Almex-toestellen - die al sinds 1955 in bedrijf waren om tickets en weekabonnementen aan te maken - zouden de regionalisatie nog met een paar jaar overleven.

Dit kan je ook interesseren

Terug naar boven