Het ontstaan van de Buurtspoorwegen

Een sfeerbeeld van de kleine stelplaats te Beverlo Kamp.

In de jaren 1870 waren in verschillende steden al trambedrijven ontstaan. Maar het platteland bleef verstoken van goed openbaar vervoer. Daar wou de toenmalige regering iets aan doen. Daarom werden op 29 mei 1884 de Buurtspoorwegen opgericht.

Deze Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen kreeg een voorrangsrecht om lijnen aan te leggen. Deze kon ze nadien doorverpachten aan maatschappijen die hun eigen rollend materieel en personeel hadden. De infrastructuur bleef eigendom van de NMVB, het onderhoud was voor de pachtende maatschappij.

De financiering van dit alles werd verdeeld over de staat (voor 50 %), de betrokken provincies (tussen 25 en 33%) en gemeenten. Ook particulieren konden aandelen van de kapitalen verwerven, die jaarlijks door de staat afbetaald werden. De NMVB werd op die manier een soort holdingmaatschappij. Voor elke lijn of groep lijnen werd een apart kapitaalopgerichtEen overzicht van kapitalen en pachtmaatschappijen vind je op de website van Wim Kusee. Elk kapitaal heeft een eigen nummer, in volgorde van oprichting. Kapitaal 1 was de lijn Antwerpen-Turnhout, gevolgd door kapitaal 2 dat de kustlijn omvat. Zo ging het tot kapitaal 204 (Mechelen-Muizen, niet gebouwd).

De buurtspoorwegen waren ook een belangrijke goederenvervoerder, zeker in meer afgeleden streken zoals de Ardennen. Op het buurtspoorwegstation van Bouillon is deze activiteit duidelijk zichtbaar. Ondertussen zijn de stoomlocs al door dieseltjes vervangen.

dienstregeling

Het ging de NMVB voor de wind. Net voor de Eerste Wereldoorlog had het netwerk een lengte van zo'n 4000 kilometer. De Boerentram werd een begrip. Het was niet enkel goedkoop transport van landbouwproducten en afgewerkte producten, maar gaf arbeiders de kans om te pendelen tussen hun werk en woonplaats.

Na de « Groote Oorlog » kwamen veel pachtende maatschappijen in moeilijkheden terecht. Daarom werd in 1919 een wet gestemd waardoor ze de exploitatie aan de NMVB konden overlaten. Veel exploitanten maakten van deze regeling gebruik, zodat er omstreeks 1930 nog maar vijf pachters overbleven. Dit waren:

  • S.A. pour l'Exploitation du chemin de fer Vicinal Rochefort – Grotte de Han – Wellin.
  • Société pour l'Exploitation des Lignes Vicinales d'Ostende et des Plages belges (SELVOP): kustlijnen. Pas op 1 januari 1956 is de exploitatie overgenomen door de NMVB. Deze pachtermaatschappij maakte deel uit van de Empain holding, die diverse trammaatschappijen bezat.
  • Tramways Electriques de Gand SA
  • Tramways Bruxellois SA, de Brusselse stadstram maatschappij
  • NV Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg Maatschappij (ZVTM, lijn van/naar Moerbeke)

Een detail van het NMVB-netplan uit 1926. De eerste buslijnen zijn in stippellijn weergegeven.

dienstregeling

Maar ondertussen verschijnt na de oorlog de autobus, die zich in enkele jaren tot een geduchte concurrent van de tram zou ontpoppen.

Terug naar boven