Het Twin Coach model

Voor De Voecht uit Kontich bouwde Van Hool deze Twin Coach-carrosserie op een Brossel A92 DLHS chassis.

Na de oorlog waren de Verenigde Staten op vlak van design en techniek een gidsland geworden. Naast Coca-Cola en de zelfbedieningssupermarkten waaiden ook de verschillende typische Amerikaanse busmodellen de oceaan over.

Als je de modellen van voor en na de oorlog met elkaar vergelijkt, zie je enkele duidelijke trendbreuken. Bussen met een neus worden zeldzaam; de motor wordt in de bus gebracht. Nadien zou de motor onder de vloer gebracht worden, eerst tussen de assen, later naar achter. De instapdeur wordt voor de eerste as gebracht. De zogenaamde « trambus » is geboren.

In 1927 stichtten de broers Frank en William Fageol in Kent, Ohio een nieuw bedrijf dat bussen zal bouwen. Deze bussen waren uniek te noemen, niet alleen omdat het om een zelfdragende constructie ging, maar ook omdat er twee – daarom ook de naam “twin” – motoren in zaten. Het ging om twee Waukesha benzinemotoren van 55 pk, die achter de vooras en onder de banken geplaatst werden. Hierdoor kon de instapdeur dan ook voor de vooras geplaatst worden.

Naast bussen zou het bedrijf ook trolleybussen en kleine bestelwagens bouwen. In 1955 werd Twin Choach door Flxible (ook een Amerikaanse busbouwer) overgenomen; de naam « Twin Coach » werd daarna nog enkele jaren gebruikt.

Een aantal Twin Coach 41S staan klaar voor aflevering aan het vervoerbedrijf van Seattle. © Twin Coach

Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide de fabriek volop mee in de oorlogsmachine. Op 15 augustus 1944 kondigen de broers een nieuw type bus aan, dat in een aantal uitvoeringen beschikbaar zou worden gesteld. De vormgeving werd totaal vernieuwd. Typische kenmerken werden de haakse opstelling van boven- en onderdeel van de voorruiten, verticale sierstrips tussen het radiatorrooster en de voorruit.

Een aantal van deze bussen werden ook geëxporteerd. Zo nam het Nederlandse bedrijf Maarse & Kroon – dat lijndiensten reed in de regio Aalsmeer – er in 1947-1948 negen stuks van het type 44S af [1]. Acht bussen werden bij de Nederlandse constructeur Verheul van een interieur voorzien.

Deze Twin Coaches zouden een grote invloed uitoefenen op de vormgeving van vele bussen. De typische voorruit zou bij Verheul model staan voor de karakteristieke kopvorm zoals die vanaf begin jaren vijftig op veel stads- en streekbussen zou voorkomen.

Maar ook in België zou het ontwerp van de Twin Coach doorsijpelen. Het model ademde een nieuwe toekomst uit, waar iedereen na de zwarte oorlogsjaren naar snakte.

Van Hool Cityliner

Eén Belgische constructeur zou zich volledig door het Twin Coach model laten inspireren. Als in de late jaren 1940, begin jaren 1950 zien we elementen van de Twin Coach in de modellen van Van Hool doorsijpelen.

Twee Van Hool Cityliner, links op een Daimler chassis (Piot 73-37), rechts op Brossel (NMBS 8058). © J. Smith.

In 1953 lanceert Van Hool dan de Cityliner. Het zou een van de eerste succesnummers van het nog jonge bedrijf worden. Het front is duidelijk op de Twin Coach geïnspireerd. De achterzijde bestond eerst uit twee aparte ramen; later kwamen daar de afgeronde hoekramen bij. Het model werd op de toen courante chassis - Brossel, Volvo, Miesse of zelfs het meer exotische Daimler - gebouwd.

Enkele Cityliners werden op een op Mack chassis gebouwd, waarbij de instapdeur na de vooras geplaatst werd.

Enkele van de eerste bussen die Van Hool met Fiat 682 componenten bouwde, had nog het uiterlijk van de Twin Coach. Het front zou nadien bij de 682 een eigen nieuwe invulling krijgen. De achterzijde - met de typische afgeronde hoekramen - zou blijven.

En de andere constructeurs?

De Lierse constructeur Bostovo zou een aantal « Twin Coaches » bouwen. Ook Stoelen zou begin jaren zestig nog een aantal Twin Coaches voor Kruger bouwen. Ook deze bussen konden op diverse chassismerken gebouwd worden.

Desot uit Gits bouwde voor TCM Cars een Twin Coach koetswerk op een Foden chassis. Hij droeg het deugdelijkheidsnummer 91-438.

Ook Desot en Jonckheere zouden bussen bouwen die geïnspireerd waren op het Twin Coach model. Jonckheere liet wel de “uitsteeksels” weg. In de jaren vijftig zouden zo ook enkele busreeksen voor de Antwerpse TAO ook een geknikte ruit krijgen. Deze typische vormgeving zou tot in de jaren zestig blijven doorlopen bij andere carrosseriemodellen.

Noten en bronnen:

  • De S staat voor Single, wat wil zeggen dat er slechts één motor is. ^
Terug naar boven