Hoe herken ik een pachtersbus?

De meeste pachtersbussen dragen een zescijferig nummer. Maar hoe is dat er gekomen?

De eerste privé-busuitbaters doken op in de jaren 1920. Na een hevige groeiperiode zonder echte reglementering kwamen veel bedrijven voor de NMBS of NMVB te rijden.

In 1977 komen de exploitanten die busdiensten reden voor de NMBS ook onder de hoed van de NMVB terecht. Omdat er een verschil in reglementering en juridische aspecten bestond werd in 1978 een uniek lastenboek opgesteld. Vanaf dan vinden we ook de zescijferige nummering terug.

DigitCijferVerklaring
1
1 tot 9
de entiteit:
1 Antwerpen - 2 Oost-Vlaanderen - 3 West-Vlaanderen - 4 Henegouwen - 5 Namen - 6 Luxemburg - 7 Luik - 8 Limburg - 9 Brabant
2 en 3
01-49
51-79
89
aard van het contract
contract voor een NMVB-lijn
contract voor een NMBS-buslijn
contract van tijdelijke aard
4
1, 2, 3
4
6
9
type bus
standaardbus
gelede bus
midibus
minibus

De laatste twee cijfers werden voorbehouden voor het interne nummer van de exploitant. De contracten werden oospronkelijk ook alfabetisch genummerd.

Over de jaren heen verdwenen er bepaalde exploitanten en kwamen er ook nieuwe bij, of nam de het ene bedrijf het andere over. Deze geschiedenis zal later nog in deze site aan bod komen. Vooral door de invoering van het IC/IR-plan in 1984 werd het aantal door hen gereden buslijnen nogmaals gevoelig uitgebreid.

De opdeling in 1991

Een eerste kleine schok aan dit systeem werd in 1991 toegebracht door de opdeling van de NMVB in De Lijn en SRWT. Beide nieuwe maatschappijen namen de oude contracten van de NMVB (inclusief het nummeringssysteem) over.

Maar toch moesten hier en daar enkele aanpassingen gebeuren. Zo kwam het voor dat een exploitant zowel lijnen uitbaatte in het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte. Er werd dan ook overgegaan tot een scheiding van bepaalde exploitanten op vlak van de nummering. Tevens greep De Lijn deze kans aan om enkele contracten te hernummeren.

Net zoals enkele andere contracten werden enkele bussen uit het contract van De Vos uit Brakel (2541) naar een nieuw Waals contract overgeheveld. Deze Jonckheere TransCity 463117 ging voordien als 254117 door het leven.

contract

De scheidingen waren vooral aanwezig in West- en Oost-Vlaanderen. Zo hadden de contracten 2541 (De Vos), 3021 (Lenoir), 3621 (Monserez) en 3721 (Yprabus) bussen in Wallonië rijden. Bij de TEC Henegouwen werden hiervoor dan ook nieuwe contractnummers voorzien (respectievelijk 4631, 4641, 4651, 4661).

Ook in Brabant werden enkele scheidingen doorgevoerd. Het nummer 9 bleef echter zowel in gebruik in Vlaams- als in Waals-Brabant.

En omdat de nieuw gevormde TEC-entiteit Charleroi geen NMVB-voorgeschiedenis had, maar wel lijnen had die door exploitanten uitgebaat werd het contracten 5591 (Liénard) overgeheveld en het nieuwe contract 9642 (Picavet & Co) ingevoerd naar/door deze entiteit.

De Lijn na 1991

In 1991 nam de nieuwbakken De Lijn de contracten met de exploitanten over van de NMVB. Omdat diverse firma's nu lijnen uitbaatten die zowel onder De Lijn of een TEC vielen, werd ook hier overgegaan tot een 'boedelscheiding', zij het dan van contracten.

Dit was het geval voor West- en Oost-Vlaamse contracten, die bussen zagen vertrekken naar nieuwe Waalse contracten. Dit was het geval met 2541 (De Vos), 3021 (Lenoir), 3621 (Monserez) en 3721 (Yprabus).

In Brabant werden de contracten tussen beide nieuwe maatschappijen verdeeld, wel bleven ze in de 9-reeks genummerd. Wel werd in de entiteit Limburg een nieuw contract voor Cintral gecreëerd (8621), dat bevolkt werd met bussen uit het contract 9521. Tevens werd het contract 9541 (De Decker) naar 2751 omgenummerd.

Over de jaren heen verdwenen contracten, door faillissementen of fusies tussen bedrijven. Tevens werden - vooral in Limburg - veel tijdelijke contracten ingesteld. Dit gebeurde meestal bij uitbreidingen van het lijnennet.

Een nieuw nummeringssysteem

Het contract 4001 was een van de eerste die in juli 2000 volgens het nieuwe systeem genummerd werd. Het pakket bevatte de snelbuslijn tussen Hasselt en Lommel en werd aan VBM gegund.

contract

Toen De Lijn in 2000 begon met het invoeren van nieuwe "pakketten" (dit in het kader van wat men later Basismobiliteit zou noemen) werd een nieuwe, eigen nummering ingevoerd.

DigitCijferVerklaring
1
1 tot 5
de entiteit:
1 Antwerpen
2 Oost-Vlaanderen
3 Vlaams-Brabant
4 Limburg
5 West-Vlaanderen
2 tot 4
0xx
Xxx
nummer van het lijnenpakket :
basismobiliteit
moedercontracten waarbij het eerste cijfer de entiteit nogmaals weergeeft
5 en 6   intern wagenparknummer

Deze nummering zou begin 2003 uitgebreid worden tot het hele wagenpark van de exploitanten die voor De Lijn diensten uitvoeren.

De breuk in 2003

In 2003 werden ook alle nieuwe moedercontracten volgens het nieuwe systeem opgezet. Telkens een pakket opnieuw gegund wordt krijgt het een nieuw nummer. Zo verschenen begin 2008 vier nieuwe contractnummers in Limburg. Het pakket 414 werd (nu als pakket 422) opnieuw ondergebracht bij Melotte uit Neerpelt.

contract

Door de Europese overheid werd De Lijn verplicht om in 1997 al haar lopende contracten op te zeggen. De nieuwe gunningen werden in de loop van 2002 bekend gemaakt. In totaal werden toen 79 zogenaamde "moedercontracten" verdeeld over de vijf entiteiten. Deze kregen een duurtijd van 5 jaar, die voor nogmaals twee maal 5 jaar verlengd kon worden.

En hoe moet het nu verder?

Begin 2007 werden de meeste moedercontracten verlengd voor een looptijd van ofwel 5, 4 of 3 jaar. Enkele contracten werden niet verlengd. Deze nummers zagen we na 1 januari 2008 niet meer terug. Nieuwe moedercontracten worden na de huidige genummerd worden, dit naar analogie bij het vernieuwen van de basismobiliteit contracten.

De TEC na 1991

In 1991 nam de nieuwbakken SRWT de contracten met de exploitanten over van de NMVB. Omdat diverse firma's nu lijnen uitbaatten die zowel onder De Lijn of een TEC vielen, werd ook hier overgegaan tot een 'boedelscheiding', zij het dan van contracten.

Bij de bij de TEC Henegouwenwerden in de loop van 1991/1992 vier nieuwe contracten ingevoerd: 4631 t.e.m. 4661.
• 2541 De Vos werd opgedeeld in 2541 (De Lijn) en 4631
• 3021 Lenoir werd opgedeeld in 3021 (De Lijn) en 4641
• 3621 Monserez werd opgedeeld in 3621 (De Lijn) en 4651
• 3721 Yprabus werd hernummerd in 4661

Omdat de entiteit Charleroi geen NMVB-voorgeschiedenis had, maar wel lijnen kreeg die door exploitanten uitgebaat werden, koos men voor volgende oplossing:
• contract 5591 (Liénard & Cie) werd (samen met de desbetreffende lijnen 109a en 156a) van Namen naar Charleroi overgeheveld
• contract 9642 was nieuw en bevatte de bussen van Picavet & Cie die op lijn 365a (Brussel-Charleroi) reden.

Ook in Brabant volgde een scheiding. Zowel de Vlaamse als Waalse contracten bleven in de 9-reeks genummerd. Wel werd kort nadien Cintra opgedeeld in een Waals (9521) en een Vlaams (8621) deel.

Merkwaardig zijn de bedrijven Senne en Naway, die zowel bussen rijden hebben voor de entiteiten Brabant en Henegouwen. Voor de eerste entiteit dragen de bussen officieel de nummers 9511 en 9601, doch deze worden niet op de bussen aangebracht.

Over de jaren heen verdwenen contracten, door faillissementen of fusies tussen bedrijven.

Het contract 5562 werd in 2004 aan Lambin uit Bastogne gegund. Het omhelst een deel van de Telbus-ritten.

contract

Pas in de laatstse jaren zien we terug een toename van de contracten. De toon werd eind jaren 1990 door Waals-Brabant gezet bij de toekenning van contracten voor de Rapidobus (Pullman 9012, Cardona 9052, Picavet 9643 en 9661), later gevolgd door de Conforto (9612 en recent nog 9613, beide Autobus de Genval). Ook bij de TEC Namen-Luxemburg werden enkele nieuwe contracten in het leven geroepen, ondermeer voor de Telbus in Luxemburg (Lambin 5562 en Penning 5633) en de P+R diensten in Namen (Latour 5582).

Lees meer over:

Terug naar boven