Mack and Cub

De Buurtspoorwegen lieten Bostovo een aantal koetswerken op Mack chassis bouwen. De 385 (91-111) kwam in het Luikse terecht.

Wanneer in 1945 het gewone leven terug op gang trekt, en er een toenemende behoefte aan vervoer is, komen veel bedrijven in de problemen omdat nog maar weinig rijvaardige bussen voorhanden waren. Veel bussen waren in de meidagen van 1940 opgevorderd door het leger, of waren meegereisd met de vluchtingen richting Frankrijk en zouden de oorlog niet overleven, andere werden door de vluchtende Duitsers opgevorderd.

Al vlug schiet een programma op gang om bussen (maar ook tractors, vrachtwagens) te importeren. Een deel van de wagens kwam uit de zogenaamde Allied Captured Vehicles reserve. Dit waren door de geallieerde troepen buitgemaakte bussen in Duitsland.

Naast levensmiddelen, cement of zelfs carbonpapier kochten de verschillende missies die minister Paul Kronacker in 1945-46 in de Verenigde Staten ondernam ook 372 Mack truckchassis aan. Ze werden in eerste instantie in het nationale vrachtverkeer ingezet. Toen het spoorwegverkeer zich langzaam herstelde, waren een deel van deze vrachtwagens niet meer nodig. Een aantal van de chassis werd echter hergebruikt om er bussen op te bouwen. Veel bedrijven kochten deze dubbelassige bussen aan. Ook de NMVB. Lees meer over de naoorlogse reeksen van de NMVB.Ze kocht in mei 1946 en juli 1947 respectievelijk 23 en 7 van deze chassis aan en liet er door Bostovo uit Lier een carrosserie monteren. Ook Jonckheere bouwde er een aantal chassis op.

Op een Mack chassis bouwt Bostovo in 1946 dit koetswerk voor Alfons De Voeght uit Kampenhout.

Arnoldus 2

Bekijk in Hercules een voorlopige lijst van alle tot nu gekende Mack chassis.

Maar er kwam ook steun uit Engeland. In de jaren 1945-1950 zouden tientallen Engelse bussen naar België uitgevoerd worden, meestal via het Ministerie van Economische Zaken, dat een post in Londen had. Zo kwamen in november 1945 dertig Leyland Cubs, afkomstig van London Transport, in België aan. De meesten kwamen terecht bij bedrijven die in opdracht van de NMBS lijndiensten reden.

In 1951 fotografeert John L. Smith deze Leyland Cub in Oostende.

Ar. Govaert 117579

Maar zelf organiseerden exploitanten ook missies richting buitenland. Zo ging een missie onder leiding van Joseph Baar (exploitant van de lijn Luik-Julémont, voorzitter van de Federatie van Autobusexploitanten richting Groot-Brittannië, waar ze 75 bussen op de kop konden tikken aan 25.000 frank per stuk. Hiervan kwamen 10 stuks in de provincie Luik terecht.

Veel van deze Cubs zijn in de mist van de geschiedenis verdwenen. Slechts van een aantal kennen we de eigenaar.

Zo kwam bus C29 terecht bij het Oostendse bedrijf Govaert uit Stene. Langs de rechterzijde van de bus is een extra deur gemaakt.

Nog in Oostende kwam een tweede Cub terecht bij Tousseyn uit Oudenburg, dat voor de NMBS een lijn Oostende-Oudenburg uitbaatte (lijn 241 in de NMBS-dienstregeling). De bussen droegen de bedrijfsnaam "Arnoldus". Arnoldus 1 is een voor ons onbekende Leyland Cub (deugdelijkheidsnummer 28-29). Deze bus behield de deur aan de linkerkant van de bus.

Arnoldus 2 op het Oostendse stationsplein, januari 1956.

Arnoldus 2

Er is ook nog een Arnoldus 2. Dit is een Leyland Tiger, afkomstig van de Britse exploitant Hebble, met 28-55 als deugdelijkheidsnummer

Ook in Wallonië kwamen enkele Cubs terecht. C27 werd in september 1950 in Herbesthal gezien, nog in de kleurstelling van London Transport. Ook in Poix-St-Hubert werd in 1953 een onbekende Cub in dienst gezien. Ook bij de Autobus de la Vallée de la Vesdre waren een tweetal Cubs in dienst (92-42 en 92-73). Een ander exemplaar reed bij Poncin te Bouillon. Een voorlopige lijst is in Hercules te vinden.

Met dank aan John W. Smith.

Terug naar boven