De eerste jaren (1954-1957)

De MIVB ziet op 1 januari 1954 het licht. Pas een jaar later worden de activiteiten van de Autobus Bruxellois naar de nieuwe maatschappij overgedragen.

De MIVB beheert vanaf dan drie buslijnen: Zuidstation-Lot, Noordstation-Churchillaan en Noordstation-Ukkel Globe, respectievelijk E, F en O. Daarnaast heeft ze de beschikking over 15 bussen uit de reeks 91-105, gestald in de garage Frontispice. Daarnaast verzorgen 22 trolleybussen diensten op lijn 54. Tot slot beheert de MIVB ook de lijn tussen Ukkel en Dieselle, die ze verpacht aan Carette Frères.

Nieuwe kleuren

Allereerst worden de 15 Brossels als 501-515 hernummerd (naar hun deugdelijkheidsnummer). Tussen 1957 en 1958 worden ze ook in het geel herschilderd. Onder de raamlijst komt wel een blauwe band. Vooraan vinden we het MIVB logo terug.

Omdat in het nieuwe lastenboek voorzien werd dat het logo van de MIVB op de bussen moest komen, kregen de oude Brossels dit ook. Op één van de weinige gekende kleurenfoto's van deze reeks zien we bus 513 op weg naar Lot. Lijn E naar Lot werd op 18 april 1957 als 50 hernummerd. Het rode cijfer gaf aan dat het om een voorstadslijn ging. © M. Brosteaux

MIVB 513

De MIVB ziet de bus niet enkel als aanvulling op de tram, maar ook een middel om nieuwe wijken te gaan bedienen. Ze zien de tram - en zeker de tram met bijwagens - als een te grote kost: men had immers meer personeel nodig om deze te bedienen. Het was economisch niet verantwoord om overal nieuwe tramlijnen aan te leggen.

Er wordt ook argwanend naar de nog aanwezige bussen en trolleybussen gekeken. De oude Brossels voldoen niet meer aan de eisen qua comfort, terwijl de trolleybussen slechts op één lijn te vinden zijn. Ze bieden ook niet genoeg capaciteit.

Nieuwe bussen zijn er zeker nodig, omdat de MIVB een ambitieus plan heeft om een vijftien nieuwe buslijnen op te starten, waarvoor ze tussen februari en april 1955 aanvragen indient bij het Ministerie van Communicatie.

De nieuwe bussen gaan een eenmansbediening kennen. De voerder zou over een speciaal ontworpen ontvangsttafel - « Distribil » genaamd - beschikken.

De eerste nieuwe bussen

Nog in 1955 schrijft de MIVB een aanbesteding uit die op heel wat belangstelling kan rekenen uit zowel binnen- als buitenland. Aan integrale bussen waagt de maatschappij zich nog niet, ook al omdat de bedrijven die dergelijke bussen leveren in het buitenland gevestigd zijn. Het concept van de integraalbouw was nog niet ingeburgerd in ons land.

Uiteindelijk blijven drie Belgische koetswerkbouwers in de running: Ragheno, Jonckheere en Van Hool. Qua chassis worden Büssing en Brossel weerhouden.

Uiteindelijk wordt de bestelling van 60 bussen in vier loten opgedeeld. Vijftien Büssing 6500T en dertig Brossel A96 DAR chassis worden door Ragheno opgebouwd. Tot slot mag het Amerikaanse Mack vijftien bussen van het type C.37 leveren die in Familleureux afgewerkt worden.

De reeks Büssing/Ragheno wordt in juli 1956 geleverd. Ze krijgen de nummers 8001-8015. De bussen vormen een ware revolutie ten opzichte van de oude Brossels. Door de motor onder de vloer te brengen, is er binnenin de bus een vierde meer capaciteit. Naast de grote raampartijen is ook de binnenverlichting vernieuwd. De bussen beschikken over een automatische gangwissel (Voith) met twee versnellingen en servo.

Nabij het Centraal station zien we bus 8004 op lijn 36. Deze lijn werd op 6 november 1956 ingereden, en verbond het Muntplein met de Vrijwilligerslaan (Etterbeek). © Coll. M. Reps.

MIVB 8004

Tussen september en oktober 1956 stroomt de eerste reeks Brossel A96 DAR binnen. Deze krijgen de nummers 8016-8030. Ze verschillen uiterlijk maar weing ten opzichte van de Büssing-reeks. In november en december van 1956 komt de tweede reeks Brossel A96 DAR (8031-8045) in dienst. Opmerkelijk bij deze drie eerste reeksen zijn de panoramische ramen.

Deze bussen komen te rijden op de nieuwe lijnen 29 (Munt-Meilaan), 36 (Munt-Vrijwilligers) en 49 (Bockstael-Zuidstation), terwijl de oude Brossels blijven rijden op de lijnen E, F, O (nadien omgenummerd naar 50, 37 en 38\) en de versterkingsritten van de trolleylijn 54.

Bus 8027 voert een rit uit op lijn 47. Deze lijn (Marly-Beurs) werd op 2 juli 1957 verbust. Kort daarna wordt deze foto genomen. © Coll. M. Reps.

MIVB 8027

Tussen mei en september 1957 komt het vierde lot in dienst. Het gaat om 15 Mack C.37 bussen (8046-8060). Zoals voorzien werd gaat het om Amerikaanse bussen die onder licentie gebouwd werden in België door de Ateliers de Familleureux. Deze reeks verschilt duidelijk qua uiterlijk tegenover de andere drie. Ook het zelfdragende chassis is nieuw. In het begin worden ze vooral op lijn 49 ingezet.

MIVB 8049 op de Bergensesteenweg te Anderlecht. Lijn 49 kreeg vanaf 18 augustus 1957 een wit-blauwe film. © Coll. M. Reps.

MIVB 8049

Omdat de garage Frontispice te klein geworden is, beslist de MIVB om de remise Brogniez om te vormen tot een busstelplaats. De nieuwe Mack-reeks zou hier gestald worden. Kort daarna beginnen de eerste verbussingen. Tramlijn 47 en een deel van tramlijn 90 sneuvelen ten voordele van de bus.

Deze reeks artikels is deels gebaseerd op het werk van Philippe Escoyez, Jean-Pierre Marissens en Luc Tintillier: Un siècle d'exploitation d'autobus urbains à Bruxelles. Met dank aan Philippe Escoyez om deze teksten te herlezen.

Terug naar boven