De jaren dertig

De jaren dertig zien een verdere evolutie in het bouwen van bussen. Metaal vervangt hout in het koetswerk, en er wordt met zwaardere bussen geëxperimenteerd. De neusbus is in het begin van het decennium nog alomtegenwoordig, maar zou later zijn dominante positie moeten beginnen prijsgeven. Daarnaast worden ook de motoren krachtiger.

In maart 1930 bestellen de Buurtspoorwegen bij het Duitse Büssing een chassis met dubbele achteras. Hierop bouwt Jonckheere een carrosserie. Het was de eerste bus met een grotere capaciteit en het enige exemplaar met een dubbele achteras dat ooit bij de NMVB gereden was. Dergelijke bussen kwamen overigens ook voor in het wagenpark van de Antwerpse exploitant KAV.

Na een viertal jaar op de lijn Spa-Verviers te hebben gereden, werd deze 401 in 1934 gemuteerd naar de lijn Etterbeek-Overijse. In 1940 vervoerde hij vluchtelingen richting Zuid-Frankrijk waar hij z'n laatste dagen zou slijten.

NMVB 401

Tot begin jaren dertig waren de buskoetswerken meestal uit hout gebouwd. Het is de Mechelse firma Ragheno die voor het eerst een metalen koetswerk gaat bouwen. Vijf Brossel chassis werden op deze manier opgebouwd. Enkel de motor kreeg nog een eigen overkapping. De vijf bussen werden in december 1932 (2 stuks) en februari 1933 besteld. Ze gaan de reeks 336-340 vormen.

Bus 340 te Overijse

NMVB 340

Vanaf midden jaren 1930 brengen verschillende constructeurs ook chassis op de markt die meer geschikt zijn voor bussen. Het waren Brossel en Miesse die er als eerste mee op de proppen komen. Deze firma's hadden ook motoren in hun assortiment die gingen tot 90 en 75 pk. Daarnaast voerde Miesse ook het Engelse motormerk Gardner in.

Tabel 1. NMVB reeksen uit de jaren 1930-1940.
ReeksOnderstelKoetswerkMotorIn dienst
401 Büssing Jonckheere 1930 Lg
220-223 Minerva Paul d'Heure 1931 NL, A
224 Studebaker Paul d'Heure 1930 Lg
225-226 Brossel Plas & Mestdagh 1931-1932 NL
336-340 Brossel Ragheno 1933 H, B
341-342 Miesse Vandenplas 1934 H
343, 345 Brossel Vandenplas 1934 NL
344 Brossel La Parisienne 1934 NL
227-230 Minerva Jonckheere 1934-1935 OV
231 Bovy-Pipe Ragheno 1934 NL
232 Bovy-Pipe Paul d'Heure 1935 NL
233-252 Brossel Ragheno 1937 NL, H, Lg
402-406 Brossel 6D Ragheno 1940 B
407-416 Brossel 6D Ragheno 1940 B

Kort na de reeks Minerva bussen (220-223) werd een chassis bij het Amerikaanse Studebaker besteld. Het koetswerk van d'Heure is praktisch identiek met deze reeks. De bus kwam in september 1930 in dienst bij de groep Luik. Daar zou hij tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield worden. De voorruit helt bij deze reeksen al licht naar achter, en er zijn klapraampjes in voorzien! Door deze optiek werd de chauffeur niet verblind door het licht in de bus.

NMVB 224

Tussen 1927 en 1940 werden in totaal 106 bussen geleverd, meestal in kleine reeksen. We zien in die periode het comfort stijgen.

De 228 kwam eerst in dienst op de lijn Gent-Zottegem. Nadat deze lijn in 1937 verpacht werd, ging hij samen met bus 227 richting Kortrijk.

NMVB 228

De benzinemotoren werden steeds krachtiger en lichter. Engelse dieselmotoren werden reds in 1935 in bussen ingebouwd en in 1937 kwam Brossel op de proppen met haar eigen dieselmotor. Deze vervingen al snel de benzinemotoren.

Het einde van de neusmotor

Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zien we een nieuwe innovatie. De motor bevond zich in de pioniersjaren nog onder een motorkap (neusmotor). Bij een reeks Brossel-bussen, die in december 1938 besteld worden, zien we dat de stuurcabine over de motor geplaatst is. Ook is de stuurcabine afgesloten van de rest van de bus. De deuren waren van het plooitype, en kregen een opklapbare voettrede. De eerste bussen werden pas in december 1940 geleverd. Wellicht werden enkele chassis opgevorderd. Wie weet hier meer over?

Bus 403.

NMVB 403

Bij het uitbreken van de oorlog telde het NMVB buspark zo'n 100 eenheden.

Tijdens de oorlog probeert de NMVB zo goed mogelijk haar diensten verder te verzekeren. Omdat diesel voorbehouden werd voor militaire doeleinden, moest overgeschakeld worden naar gas. Een groot aantal bussen werd daarom voorzien van een dubbele gasgenerator, die meestal vooraan aangebouwd werd.

Lees meer over:

Dit kan je ook interesseren

Terug naar boven