Provinciale deugdelijkheids­nummers

Bekijk hier de lijst met de West-Vlaamse provinciale deugdelijkheidsnummersIn de jaren dertig krijgen veel bussen een zogenaamd provinciaal (deugdelijkheids)nummer. Wat is dat nu precies?

Om dit te begrijpen is een klein brokje geschiedenis nodig. Door de wet van 24 september 1924 moesten autobusuitbaters een vergunning aanvragen. Naargelang hun lijn door twee aanpalende gemeenten, meer dan twee gemeenten of over de provinciegrenzen heen liep, moesten ze hun aanvraag indienen bij respectievelijk de desbetreffende gemeentebesturen, de Bestendige Deputatie of het ministerie van landbouw en openbare werken.

Als een aanvraag tot uitbating van een lijn bij de provincie aankwam, werd eerst om advies gevraagd bij de gemeenten waardoor de lijn zou passeren, maar ook bij het ministerie, de NMVB of de spoorwegen. Deze laatste konden eventueel een negatief advies uitbrengen als de aangevraagde lijn te concurrentieel voor hun diensten zou zijn.

W.V.117 was een GMC van Victor Vandenaweele. Deze bus was in dienst op de lijn Roeselare-Koekelare. © Familie Vandenaweele

W.V.117

Kreeg een lijn het groene licht en werd de dienstregeling en tarief goedgekeurd, dan kon de uitbater met zijn dienst beginnen.

Begin jaren dertig werd ook de keuring voor autobussen ingevoerd. Er waren immers te veel - soms zware - ongevallen geweest met autobussen die technisch niet in orde waren.

Keuring en het provinciale nummer

Als een exploitant een nieuwe bus op z'n vergunde lijnen wou gebruiken, dan moest deze een eerste keuring ondergaan. Nadien werd de bus om de drie maand herkeurd. De keuringsverslagen werden naar de griffie opgestuurd, die alles in een dossier (per uitbater) bijhield. Bij een gunstige keuring werd een kaart naar de uitbater opgestuurd. Hierop werd, naast het type bus, het onderstelnummer (soms ook het motornummer) ook een nummer vermeld. Dit is het provinciale nummer. Was de bus technisch niet in orde, dan mocht de uitbater zich aan een gepeperde brief van het provinciebestuur verwachten.

Veel van deze gegevens zijn dus bewaard gebleven. Tot nu toe hebben we de archieven van West- en Oost-Vlaanderen en Antwerpen doorspit. We stellen hier eerst de gegevens uit West-Vlaanderen voor.

West-Vlaanderen: 278 provinciale nummers

In het Provinciearchief te Brugge vonden we een register met alle 278 West-Vlaamse provinciale nummers, van (W.V.)101 tot en met (W.V.)378.

Het eerste nummer werd in september 1933 uitgereikt, het laatste in juli 1940. Het gros van de nummers vinden we in de periode 1933-1934, omdat het systeem dan ingevoerd werd, en er "en masse" gekeurd werd.

Met deze bus met een Willems onderstel mochten Capelle en Bossaert uit Nieuwkerke ritten uitvoeren op de lijn Poperinge-Le Bizet. © PA West-Vlaanderen

Capelle en Bossaert

Naast het register vonden we ook nog enkele (soms niet gedateerde) lijsten terug. Hierop werden ook andere bussen in dienst bij de uitbaters vermeld. Bussen konden toen al soms in lijndienst gebruikt worden, maar ook als car. Ze werden dan ook met een verschil in zitplaatsen naargelang het doel gekeurd. Soms verschilt het aantal zitplaatsen zelfs bij 'n nieuwe keuring. Wij hebben voor West-Vlaanderen het aantal plaatsen vermeld zoals we deze in het register gevonden hebben.

Als je de lijst gaat doorlopen, kom je bekende namen tegen, zoals Gruson, Verleyen, Parmentier of Deceuninck om er maar enkele te noemen. Daarnaast zijn er ook namen waarvan je wellicht nog nooit gehoord hebt. Enkele uitbaters waren ook enkel in het werkliedenvervoer richting Noord-Frankrijk werkzaam. In de komende maanden zullen we de bedrijfsportretten van deze uitbaters verder aanvullen.

Ook toen bestond er al 'n handel in tweedehandsjes tussen exploitanten: we hebben toch enkele bussen gevonden die nadien doorverkocht werden (en een nieuw provinciaal nummer kregen).

Volgende etappe: Oost-Vlaanderen.

Terug naar boven