Antwerpsche Autobussen

Buslijst Antwerpsche AutobussenDe Antwerpsche Autobussen werden in 1926 opgericht. Maar eerst een korte voorgeschiedenis.

De Compagnie Générale des Tramways d’Anvers, die in Antwerpen de trams uitbaatte, kocht in 1925 zes bussen van het merk Scemia-Schneider aan. Ze kregen de nummers 101-106 en werden eerst ingezet op een voorlopige busdienst tussen de Lange Lozanastrat en de spoorwegovergang nabij de Jan De Voslei, en nadien op een nieuwe lijn tussen dezelfde overgang en het Schoonselhof.

Bus 105, één van de zes Scemia-Schneider bussen die in 1925 in gebruik genomen werden.

dienstregeling

Toen een contract met Autobus Belges (opgericht in 1923) voor twee havenlijnen in 1926 door de Stad Antwerpen opgezegd werd, werden deze lijnen aan de CGTA toevertrouwd. Het materieel, zo’n 40 bussen van het merk Straker Squire, werd tevens door de CGTA overgenomen. Over dit cijfer (40) lopen de meningen uiteen, wellicht waren het er minder.

Daarop richtte de CGTA een filiaal op, de Autobus anversois S.A., of Antwerpsche Autobussen. De maatschappij, opgericht met een looptijd van 30 jaar, had naast de CGTA ook een aantal privé-aandeelhouders.

De A.A. nam de garage van de Autobus Belges (gelegen in de Vestingstraat) samen met haar wagenpark over. In september 1932 verhuisde de garage naar het Kanaaldok 192.

Acht Straker Squire’s zouden in de loop van 1929 en 1930 tot trolleybus verbouwd worden. Vanaf 1932 begonnen de A.A. het wagenpark te vernieuwen. In de loop van de jaren dertig zouden diverse reeksen, maar ook soms enkele bussen aangekocht worden.

Omdat de lijnen naar de haven toe sterk verlieslatend waren kampte de maatschappij met langdurige verliezen. Toelages van de stad waren niet voldoende om deze verliezen te blijven dekken. Er kon verder gewerkt worden via een krediet van Electrafina (in wezen de CGTA) waarbij de bussen als waarborg dienden.

In 1931 wordt een buslijn Berchem (Kerk) en de Floraliënlaan (Garage Dens) ingericht. Deze gaf aansluiting op tramlijnen 7 en 15. Op 1 november 1932 namen de A.A. de buslijn Confortawijk-Berchem (Van Hombeeckplein) over van Autobus Lux. Deze twee lijnen worden vervangen een nieuwe lijn tussen het Centraal Station, Berchem en de wijk Elsdonk.

In 1933 namen de Tramways d’Anvers (een nieuwe maatschappij die reeds het beheer van de trams overgenomen hadden van de CTGA) dan ook het beheer van de A.A. over.

Een door Ragheno gebouwde bus op een Brossel onderstel.

dienstregeling

Door de opening van de Waasland­tunnel op 10 september 1933 kon er voor het eerst een busverbiding tussen rechter- en linkeroever ingericht worden. Deze kwam er op 25 april 1934. Een KB van 7 augustus 1934 verleende de A.A. een machtiging tot 4 december 1944 voor deze lijn, die in de zomer een vertakking naar het St-Annastrand kende.

In augustus 1934 werd de buslijn Victorieplaats-Kontich door de A.A. overgenomen van de firma De Bruyn uit Kontich, die sinds 1925 concessiehouder was van deze lijn. Ook de garage en een aantal bussen van De Bruyn werden overgenomen. Toen werden ook vier Minerva bussen met een koetswerk door Ragheno aangekocht.

In september 1935 bestond het busnet uit de volgende lijnen:
• lijn B : Noorderplaats - Kaai 135
• lijn C : Centraal Station - Elsdonk (lijn overgenomen van Autobus Lux)
• lijn D : Centraal Station - Linkeroever met een vertakking naar het St. Annastrand
• lijn E : Victorieplaats - Kontich.

Een lijn F heeft in 1936 kort bestaan tussen het Damstation, Kempisch Dok, Kattendijkdok en Afdak 44.

Omdat de NMBS bij de vernieuwing van de machtiging voor de lijn Kontich-Antwerpen haar voorrangsrecht laat gelden, zijn de A.A. vanaf 12 oktober 1939 pachter van de spoorwegmaatschappij. Bij het uitbreken van de oorlog worden alle lijnen stilgelegd

Het wagenpark van de A.A. omvat dan 36 eenheden. In de begindagen van de oorlog wordt het volledige park, behalve 4 exemplaren, door het Belgische leger opgeëist. De andere vier bussen worden in 1941 opgeëist of vernietigd.

In de zomer werd door de A.A. ook het Sint-Annastrand aangedaan. De Willems/Ragheno A.403 uit 1935 poseert voor de foto.

dienstregeling

Na 1945: de doorverpachte lijnen

De vernietiging van het complete wagenpark eist zijn tol na de oorlog : de A.A. moeten hun eigen lijnen doorverpachten aan andere bedrijven. Zo kunnen reeds in 1944 enkele lijnen terug opgestart worden. Dit regime bleef tot in 1951/52 bestaan.

Ondertussen waren de machtigingen voor de lijnen naar Elsdonk en de dokken in handen van de T.A.O. gekomen.

Wel worden de A.A. vanaf 26 maart 1948 pachter van de lijn naar Burcht en Zwijndrecht, dit in opdracht van de NMVB. De A.A. verpachtte de dienst verder door aan Autobus De Polder.

Vanaf 1951 bleef de A.A. enkel concessiehouder van de lijnen Rooseveltplaats-Kontich-Waarloos en Centraal Station-Burcht-Zwijndrecht (tabel 795) (respectievelijk voor de NMBS en de NMVB). De lijnen werden echter doorverpacht aan de Autobussen De Voecht en de De Polder. Later (oktober 1951 en juli 1952) verloor de A.A. deze vergunningen toen deze lijnen door de NMBS en NMVB rechtstreeks aan De Voecht en De Polder verpacht werden.

De dienstregeling van de lijn Antwerpen-Zwijndrecht uit de zomerdienstregeling van 1950.

dienstregeling

Aangezien de A.A. nu geen enkele lijn meer uitbaatte was haar bestaan zinloos geworden. In 1957 - het jaar van ontbinding - waren de verliezen opgelopen tot een slordige 17,49 miljoen frank.

Bronnen:

  • Keutgens, E. (1980). De Antwerpse tram : van paardetram tot premetro 1873-1979. Antwerpen: MIVA.

Lees meer over:

Terug naar boven