Autobussen der Vlaanderen

De NV Autobussen der Vlaanderen wordt op 12 april 1928 te Brugge opgericht, met een duur van dertig jaar.

Joseph Demaen (Lokeren), Michel Van Damme (Uitkerke), Paul Vanderroest (Uitkerke) en Emile Van Doorslaer (Brussel) vormden samen de eerste Raad van Beheer.

Het was deze maatschappij die de buslijn Brugge-Blankenberge overnam van de firma Uytkerke Vervoer en Uitbreiding. De deputatie stemt hiermee op 28 augustus 1929 mee in, het KB volgt op 28 september.

Maar een KB van 25 januari 1933 verklaart de Autobussen der Vlaanderen vervallen van haar rechten op de buslijn Brugge-Blankenberge. Hiertegen tekent de firma protest aan, echter zonder veel succes.

In Oost-Vlaanderen had de firma een zetel in de Gentse Hoogstraat. Ze doet op 6 oktober 1928 een aanvraag voor een lijn St-Niklaas-Hamme-Dendermonde-Gijzegem-Aalst. De deputatie stemt hiermee in. Het KB volgt op 1 mei 1931. Er worden dagelijks drie heen- en terugritten aangeboden.

De eerste dienstregeling van de lijn St-Niklaas-Aalst

dienstregeling

Aan de Buurt-spoorwegen moet ze een concurrentie-vergoeding van maar liefst 8% betalen. Reeds in het eerste jaar kijkt de NV aan op een schuld van bijna 14.000 frank!

Hoewel Joseph Demaen (één van de aandeelhouders) beweert dat er begin februari 1934 een nieuwe bus in dienst komt, rijdt eind februari 1934 nog steeds de oude bus rond. Op zeker ogenblik heeft de stad Aalst deze wagen op haar grondgebied verboden. Demaen maakt hierp tijdelijk gebruik van een wagen van Drapier uit Wetteren. Het lijkt erop dat Demaen tijd probeert te winnen om de intrekking te vertragen.

Uiteindelijk wordt met een KB van 17 mei 1935 de Autobussen der Vlaanderen toch vervallen verklaard. Als reden worden naast de tekortkomingen t.o.v. het lastenboek, ook de schuld ten overstaan van de NMBS en NMVB aangehaald. De NMBS had ook al haar zinnen op deze buslijn gezet, omdat ze dicht bij haar spoorlijnen 56 en 57 lag.

Ondertussen had Joseph Demaen in eigen naam de dienst overgenomen. De Autobussen der Vlaanderen vragen op 25 juli 1934 de overdracht van de gunning aan. Dit kan pas gebeuren als de Autobussen al haar schulden betaald heeft.

Bronnen:

  • De Volder, D. (1982). Geschiedkundig overzicht van het openbaar vervoer vanaf 1919 tot 1939 in de streek van Brugge, Knokke, Oostende en Veurne. Brugge: eigen beheer.
  • PA West-Vlaanderen: 1e afdeling, 843J (Brugge-Blankenberge)
  • PA Oost-Vlaanderen: 3e afdeling, 3/3059/8 (St-Niklaas-Aalst)
Terug naar boven