Evarist Baete, Baete-Deceuninck

Buslijst BaeteTijdens het Interbellum baat Evarist Baete (°St-Andries Brugge 1892), samen met zijn echtgenote Gertrude Tonnon (afkomstig uit Rotterdam), in Ieper het Hotel Continental op het Stationplein (nu Colaertplein) uit. Later komt daar ook een reisbureau bij.

Het Hotel Continental, dat Evarist Baete samen met zijn echtgenote uitbaatte.

Hotel Continental

Misschien was het wel om toeristen vanuit Ieper een snel vervoermiddel richting de Kust aan te bieden, dat de NMBS na de bevrijding een sneldienst instelt tusen Ieper en Oostende. Vanaf 18 maart 1946 baat Evarist Baete deze dienst uit, die we in de dienstregeling als lijn 448 terugvinden. Dagelijks zijn er twee heen- en terugritten.

De dienstregeling van de lijn Ieper-Oostende uit de zomerdienstregeling 1950.

dienstregeling

Op dat ogenblik beschikt hij over een Chausson, die in 1947 het deugdelijk­heidsnummer 25-124 krijgt. Eind jaren 40 of begin jaren 50 komt daar nog een Leyland (25-150) bij.

Op deze foto, die op 22 augustus 1951 te Oostende genomen werd, zien we op de achtergrond de Chausson 25-124 staan.

Chausson 25-124

Op 18 mei 1952 wordt de lijn als 221 hernummerd. Zo blijft ze nog 3 jaar bestaan, tot op 22 mei het West-Vlaams spoornet gerationaliseerd wordt. Lijn 221 wordt afgeschaft.

Als vorm van compensatie krijgt Baete ritten op de nieuwe vervangdienst 63A (Ieper-Kortemark-Torhout/Lichtervelde, samen met Gruson uit Ieper). In dat jaar verschijnen twee Brossel A93 bussen in z'n garage.

Reeds in 1957 gaat Baete een samenwerking aan met Deceuninck uit Roeselare. Op 29 april 1957 worden de « Etablissementen Baete en Deceuninck » opgericht, dit door Evarist, zijn echtgenote en Michel Deceuninck. Op dat ogenblik is de Chausson nog steeds in dienst. De zetel is gevestigd in de Diksmuidsesteenweg te Ieper.

Van 1963 tot 1966 was Evarist Baete ook voorzitter van voetbalclub Cercle Sportif Yprois.

Deze AEC Regal Mark VI / Jonckheere staat in april 1971 zijn volgende vertrek af te wachten op het Ieperse stationsplein. Wellicht is de bus afkomstig van het moederhuis.

AEC/Jonckheere

In 1965 vindt een busruil plaats tussen Baete-Deceuninck en Deceuninck. De twee Brossels vertrekken naar Roeselare, in de plaats krijgt Baete twee Leyland Royal Tiger / Jonckheere.

In de jaren zeventig komen drie nieuwe Volvo B58 / Jonckheere de vloot versterken. Twee stuks werden begin jaren 1990 aan Lambin uit Bastogne verkocht.

Zeven jaar later (april 1978) verlaat de Volvo B58 / Jonckheere 351104 het Ieperse busstation.

Baete 351104

Na het overlijden van Evarist Baete neemt Deceuninck het beheer volledig over. De zetel blijft in Ieper. Dit zou pas in 1987 veranderen. In dat jaar wordt Baete-Deceuninck omgevormd tot een naamloze vennootschap, met dezelfde zetel als het moederbedrijf.

Eind jaren 80, begin jaren 90 komen de laatste drie nieuwe bussen in dienst, telkens opgebouwd door Jonckheere op een Volvo B10R chassis.

Bus 351105 op het Ieperse busstation.

Baete 351105

Met de nieuwe contracten krijgt Baete-Deceuninck geen nieuw contract. De lijn 63a gaat volledig over naar Deceuninck. De firma zelf wordt door Deceuninck Auto's opgeslorpt; de drie bussen gaan mee over, en komen in het contract 5502 terecht.

Bronnen:

  • PA West-Vlaanderen: 1e Afdeling, 30/1511 (Oostende-Ieper)
  • Belgisch Staatbslad, Bijlagen 1957/nr. 13559 (oprichting Baete en Deceuninck), 25.04.1987/nr. 264 (omvorming tot nv)

Lees meer over:

Terug naar boven