Deceuninck

Buslijst Deceuninck Benari Deceuninck en Hector Vanderschelden, beiden uit Beveren (Roeselare), vragen op 5 juli 1928 een lijn aan tussen Roeselare, Moorslede, Passendale, Zonnebeke en Ieper. Op dat moment heeft Benari Deceuninck (1894-1971) een drukkerij in Beveren. De lijn wordt op 26 augustus 1929 in dienst genomen.

Wellicht was deze GMC/Jonckheere de eerste bus voor de lijn Ieper-Roeselare. © familie Deceuninck.

Deceuninck 1

Nog voor de bekrachtiging van hun lijn door een KB (dat pas op 7 februari 1930 volgt) staat Hector Vanderschelden op 2 januari 1930 zijn recht op uitbating af aan André Verstraete uit Ieper (dit wordt bekrachtigd door een KB van 19 januari 1931).

In september 1931 wordt er een akkoord gesloten tussen Cyrille Lust – uitbater van de lijn Ieper-Langemark-Roeselare – en Deceuninck & Verstraete over de dienstregeling van hun lijnen. Deceuninck voert vijf ritten heen en terug uit, aangevuld met enkele marktritten op dinsdagvoormiddag tussen Roeselare en Passendale.

Naast lijndiensten is Benari ook een pionier op het vlak van toeristische uitstappen. Als één van de eersten biedt hij pelgrimsreizen naar Lourdes en Rome aan. Hiervoor richt hij samen met André Verstraete Kosmos Toerisme op. De bussen worden in Ieper gestald. Hiervoor wordt in de Haiglaan een garage met burelen gebouwd.

In het West-Vlaams busregister vinden we verschillende bussen terug. Na enkele GMC en Minerva HTMA schakelt het bedrijf in 1937 over op Brossel. We vinden ook verschillende autocars Minerva terug.

Aan het Ieperse station wacht deze Deceuninck 4 - een Minerva HTMA/Jonckheere - zijn volgend vertrek af. De bus krijgt eind 1933 het provinciale nummer W.V.171. Hij werd samen met vier andere Minerva bussen in dienst genomen om de diensten op de verbuste treinlijn Ieper-Roeselare uit te voeren. © familie Verstraete.

W.V.171

Van trein naar bus: Ieper-Roeselare

Wanneer de Spoorwegen in 1932 beslissen om het reizigersverkeer op de lijn Ieper-Roeselare op te doeken, mogen Deceuninck & Verstraete de vervangingsdienst gaan uitbaten. Vanaf 25 mei 1932 zijn er dagelijks 14 busritten in elke richting (in plaats van 6 treinritten). Op zondagen komen daar nog extra ritten bij. Zeven bussen verzekeren deze diensten. De busdienst gaat als 64A door het leven.

Na veel protesten Lees meer over de vragen bij het ofheffen van de treinen in Het Ypersch Nieuws van 17 juli 1937.keren vanaf 1 februari 1938 de treinen terug op de verbinding Ieper-Roeselare. Toch blijft de busdienst behouden.

In 1937 komt deze Deceuninck 17 - een Brossel A65D/Jonckheere - in dienst. Hij krijgt het provinciale nummer W.V.270. © familie Verstraete.

W.V.270

Vanaf 5 april 1939 wordt Kosmos Toerisme door de NMBS als pachter voor de lijn Herseaux-De Panne in de plaats van Clovis Anselin aangenomen (hij werd op het einde van het seizoen 1938 bedankt werd voor bewezen diensten). Deze seizoenlijn (met tabelnummer 529) zou tijdens de oorlog niet rijden.

Tussen half juni en half augustus 1940 richtten Deceuninck en Verstraete een autobusdienst in als vervanging van de trein op de lijn Roeselare-Ieper. Nadien worden praktisch alle bussen door de Duitse bezetter opgevorderd en vlucht de familie naar Frankrijk. Na hun terugkeer in november 1941 beslist Benari om het over een andere boeg te gooien: hij koopt in Duitsland een spuitgietmachine aan en begint met de productie van kammen, plastic doosjes en speelgoed. Tegelijk richt hij de pvba Etablissementen Deceuninck op. Door de schaarste aan grondstoffen komt de productie al vlug stil te liggen.

Na de Oorlog

In 1944 komt de oudste zoon – Michel – in het busbedrijf werken. Samen met zijn andere zonen richt Benari in juni 1945 de “Ets Deceuninck – Afdeeling Auto’s” op.

Na de oorlog moest het buspark terug opgebouwd worden. Na wat zoekwerk vindt Benari twee Leyland bussen in het Waalse Havelange. We vinden ook nog twee Brossel terug, en een aanhanger van een onbekend merk. Rond die periode gaan Deceuninck en Verstraete hun eigen weg.

De dienstregeling van lijn 201 uit de NMBS-winterdienstregeling 1949-1950.

dienstregeling

De lijn Roeselare-Ieper krijgt na de oorlog het nummer 193. In 1947 wordt dit 201. Ondertussen rijden er ook terug treinen tussen Ieper en Roeselare. Deze worden aangevuld met een zestal busritten in elke richting.

In 1948 hervat Deceuninck ook de seizoendienst Herseaux-Roeselare-De Panne. Dit wordt lijn 213. Vanaf 1951 wordt deze lijn in mei en september in het weekend en op maandag gereden, in juli en augustus elke dag.

Op 8 oktober 1950 zet de NMBS het treinverkeer tussen Roeselare en Ieper terug stop. Deceuninck mag de vervangingsdienst uitbaten. Na veel protest worden vanaf 23 april 1951 in de spitsuren terug twee treinparen ingelegd en een aantal busdiensten afgeschaft. Een voorstel om enkele busritten tot Poperinge te verlengen haalt het niet. Lijn 201 krijgt een nieuw nummer: 1509.

Twee jaar later – 18 mei 1952 – gaat de spoorlijn tussen Diksmuide en Nieuwpoort voor de bijl. Het is Deceuninck die de vervangingsdienst 1518 (kort nadien als 74A hernummerd) gaat uitbaten. Op dezelfde dag wordt lijn 1509 als 64A en lijn 213 als 206 hernummerd. Vanaf juni 1959 vinden we op lijn 64A enkele extra ritten naar de kazerne van Ieper, en vanaf begin 1961 enkele ritten naar het Ieperse VTI.

Daarnaast werden nog werkliedendiensten uitgevoerd naar de mijnen en industrie in de Borinage, het Centre en Charleroi. Onder de naam Radar Cars wordt vanaf 1958 autocarreizen georganiseerd. In dat jaar krijgt het bedrijf als eerste West-Europese maatschappij de toelating om tot Moskou te rijden. In de daaropvolgende jaren werden talloze buitenlandse toeristen vanuit Oostende doorheen Europa vervoerd.

Ondertussen had in 1960 het bedrijf een nieuwe garage laten bouwen in de Ieperseweg te Roeselare. Rond die periode trekt Benari zich uit het bedrijf terug; het beheer wordt door zijn zonen Roger en Michel overgenomen, waarbij Michel de bussen voor zijn rekening neemt.

Deze Leyland/Jonckheere komt in 1966 als 24-123 in dienst. Ieper Station. © coll. P. Shearman.

303107

Baete-Deceunick

In 1957 was Evarist Baete uit Ieper – uitbater van de lijn Ieper-Torhout – een samenwerking aangegaan met Deceuninck. Hieruit ontstaat in april 1957 de Etablissementen Baete-Deceuninck. De garage is in de Ieperse Tempeliersstraat gevestigd.

In 1965 vindt een busruil plaats tussen Baete-Deceuninck en Deceuninck. Twee Brossel/Van Hool vertrekken naar Roeselare, in de plaats krijgt Baete twee Leyland Royal Tiger/Jonckheere.

Na het overlijden van Evarist Baete neemt Deceuninck het beheer volledig over. De zetel blijft in Ieper gevestigd. Dit zou pas in 1987 veranderen. In dat jaar wordt Baete-Deceuninck omgevormd tot een naamloze vennootschap, met dezelfde zetel als het moederbedrijf.

De Roeselaarse stadsdienst

Het initiatief voor een stadsbus te Roeselare kwam van Robert Sercu uit Ardooie. Hij kreeg echter geen vergunning. In 1960 probeert Deceuninck het ook. Het bedrijf krijgt een vergunning voor twee lijnen – A en B, die vanaf 22 augustus 1960 gaan rijden. Vanaf 26 januari 1962 komt er een derde lijn – C – bij. Deze wordt op 2 mei 1967 terug afgeschaft. Tot 1971 baat Deceuninck de stadsdienst in eigen beheer uit. Nadien nemen de Buurtspoorwegen de dienst over, en stellen ze Deceuninck als pachter aan. In de reisgids vinden we de stadsdienst als lijn 747 terug.

Voor de Roeselaarse stadsdienst werden geen nieuwe bussen aangekocht. Zo werd ook deze AEC/Jonckheere mixte wagen gebruikt. In 1977 zou hij het contractnummer 303107 krijgen.

303107

In de jaren vijftig en zestig vinden we verschillende merken terug bij Deceuninck: Guy, Brossel, AEC, Miesse en Leyland. De koetswerken worden door Jonckheere opgebouwd. Vanaf 1970 wordt Volvo het nieuwe huismerk. De eerste Volvo krijgt een vierkant koetswerk door het Ieperse Verleure. Nadien koopt Deceuninck terug bij Jonckheere. De bussen met het afgeronde koetswerk worden in 1979 afgelost door een eerste TransCity.

Deze Deceuninck 9 - een Volvo B58-60/Jonckheere uit 1972 - staat aan het oude Roeselaarse busstation. Vanaf 1977 wordt dit de 355109. Van dit model had Deceuninck er 14 rijden.

303107

In 1977 gaan de NMBS-diensten naar de Buurtspoorwegen over. Voor de lijnen 64a en 74a wordt contract 3551 in het leven geroepen. De Roeselaarse stadsdienst komt in het contract 3031 terecht. Wel verliest Deceuninck de seizoenslijn Herseaux-De Panne aan Monserez uit Aalbeke.

De TransCity 355129 is onderweg naar Ieper. Passendale Passendalestraat.

303107

De pvba wordt in november 1982 in een naamloze venootschap omgezet. In de jaren 1980 en begin jaren 1990 komen 12 Jonckheere TransCity bij het bedrijf te rijden. Het model wordt in de verdere jaren 1990 afgelost door de Jonckheere 056 (drie exemplaren), de Transit en de Communo (beide met 1 exemplaar vertegenwoordigd).

De Roeselaarse stadslijnen A en B worden begin 1984 door de nieuwe lijnen 1 (Jonkersstraat-Sneyssenstraat) en 2 (Spoelstraat-Kleine Bruanestraat) vervangen. Later verdween lijn 1 en bleef enkel lijn 2 rijden.

Het demomodel van de Transit 2000 op het Volvo B10B-chassis kwam in 1999 bij Deceuninck terecht. Kortemark Station.

303107

Deceuninck neemt eind 1999 het demomodel van de Jonckheere Transit 2000 in dienst. Deze is op een Volvo B10B chassis gebouwd. Hij is direct herkenbaar aan de zwarte “snor” onder de voorruit. Rond de eeuwwisseling wordt de garage van Baete in de Ieperse Tempeliersstraat verlaten, en worden de door de autokeuring verlaten gebouwen aan de Poperingseweg in dienst genomen als nieuwe garage.

In december 2000 verliest Deceuninck de Roeselaarse stadsdienst aan De Laere, Popelier & Desmet Partners. Lijn 747/2 wordt op dat moment door vier nieuwe stadslijnen vervangen.

Vanaf 1 februari 2002 krijgt Deceuninck de belbus van Hooglede-Staden toegewezen, gevolgd door Torhout-Kortemark op 1 juli van dat jaar. Hiervoor worden contracten 5008 en 5009 in het leven geroepen. Omdat een busje nog geleverd moet worden, schakelt Deceuninck tijdelijk een Van Hool A308 in. Deze startte zijn leven bij het GVB Dordrecht in 1993, en kwam via Wagener (Luxemburg) in Roeselare terecht.

Bij de nieuwe contracten (begin 2003) verliest Deceuninck lijn 74a aan Connex West-Vlaanderen. Wel neemt het de ritten die Gruson op lijn 63a (Torhout-Ieper) had over. Rond deze periode komen een aantal nieuwe Transit 2000 op het nieuwe Volvo B7RLE onderstel in dienst. Tegelijk worden de drie bussen van Baete-Deceuninck overgenomen en heringeschreven.

Deceuninck heeft zowat alle types van Jonckheere uit de periode 1980-2000 rijden. Daarom werd op 20 augustus 2005 een speciale rit georganiseerd met enkele van deze markante bustypes.

afscheidsrit

In 2006 komen drie nieuwe gelede bussen het bedrijf versterken. De hegemonie Volvo/Jonckheere wordt door deze drie Mercedes-Benz Citaro G doorbroken. Nadien volgen nog twee gelede bussen. Ook wordt in 2011 een Citaro LE in dienst genomen.

De 550246 is de tweede Mercedes-Benz G van deze firma. Ieper Markt.

550246

Deceuninck heeft ook de eer om de laatste drie gebouwde Transit 2000 in dienst te nemen. De 550251-550253 worden in 2013 en 2014 geleverd. Intussen hebben ook al verschillende nieuwe belbusjes de revue gepasseerd. Bekijk de buslijst voor meer details.

Deze 550253 is de allerlaatste VDL Transit 2000. Ieper Oude Veurnestraat.

550253

Begin 2016 volgt het nieuws dat Hansea Deceuninck overgenomen heeft. Evelyne Deceuninck - dochter van Arnold Deceuninck, voormalig beheerder van Deceuninck Auto's - blijft het dagelijks beheer verzorgen.

Bronnen:

  • PA West-Vlaanderen, 1e afdeling: 687P, 30/1501 (Roeselare-Menen)
  • PA West-Vlaanderen, 1e afdeling: 30/1518 (Herseaux-De Panne)
  • PA West-Vlaanderen, 1e afdeling: 30/1582 (Diksmuide-Nieuwpoort)
  • De Volder, D. (1982). Geschiedkundig overzicht van het openbaar vervoer vanaf 1919 tot 1939 in de streek van Diksmuide, Ieper, Poperinge, Roeselare en Tielt. Brugge: eigen beheer.
  • De Volder, D. (1984). Geschiedkundig overzicht van het openbaar vervoer van de provincie West-Vlaanderen. Periode 1945 tot en met 1963. Brugge: eigen beheer.
Terug naar boven