Elektrische Tramwegen van Gent

In 1874 had de paardentram haar intrede gedaan in Gent. In de jaren 1890 werd beslist om over te schakelen op de elektrische tram. Een gunning om het net op te bouwen en uit te baten werd in augustus 1897 gegeven aan de S.A. Railways Economiques de Liège-Seraing (RELSE) en de Compagnie Générale des Railways à voies etroites. Samen richtten deze twee bedrijven op 8 januari 1898 de S.A. des Tramways Electriques de Gand (TEG) op.

Nog in hetzelfde jaar werden de - nu nog gebruikte - gebouwen en installaties aan de Brusselsesteenweg in Gentbrugge gebouwd. In januari 1899 werd de eerste lijn met accutram ingereden. Maar door vele defecten aan de trams en de druk van de publieke opinie werd in 1904 besloten om over te schakelen op de trolleytram. De stroom zou door de stad Gent geleverd worden. Opnieuw mag de TEG het net uitbaten. Ze krijgt een vergunning voor het uitbaten van het net tot 31 december 1953. We lezen dat in 1907 het hele net omgeschakeld is naar de trolleytram.

De eerste busdiensten

In 1931 beginnen de ETG met een onderzoek naar het inrichten van een busdienst doorheen de stad. Dit om enkele drukke tramlijnen te ontlasten. In maart 1932 wordt door het stadsbestuur de toestemming verleend om een proefdienst op te starten. Dus vragen de ETG begin april 1932 een vergunning aan om twee lijnen uit te baten. De eerste lijn zou vanuit het St-Pietersstation rijden naar de Korenmarkt en de Dampoort, de tweede lijn zou aan de Korenmarkt aftakken naar de Brugsepoort.

Deze Minerva bus uit de reeks 111-113 verzekerde de dienst tussen het St-Pietersstation en de Dampoort. De foto is op de Korenmarkt genomen.

Gent Minvera

Uiteindelijk komt op 20 december 1932 enkel de eerste lijn tussen het St-Pietersstation en de Dampoort in bedrijf. Hoewel het de ETG is die de gunning krijgt, baat ze de lijn niet zelf uit. Dat gebeurt door de SATTRA (Société Auxiliaire de Transports et Travaux), een bedrijf binnen de Empain-groep (waartoe ook de ETG en RELSE behoren). De eerste bussen zijn drie Minerva's, die de nummers 111-113 krijgen.

In 1933 zien we een tweede buslijn verschijnen, zij het dan wel enkel in het hoogseizoen. Van 2 juli tot 10 september werd op zon-en feestdagen vanuit het St-Pietersstation een busdienst ingericht naar Het Patijntje en Den Anker, aan de boorden van de Leie.

Nadien volgt er nog een busdienst richting Afsnee en Deurle. Daarnaast krijgt de SATTRA ook de vergunningen van de NMBS om de buslijnen Gent-Deinze en Gent-Eke-Nazareth (met een uitbreiding op marktdagen tot Kruishoutem) uit te baten.

En het buspark? Net voor de oorlog zien we volgende bussen rijden bij de SATTRA:
• 111-113 : Minerva
• 102-105 : Dasse
• 116-118 : Brossel BCSA UGS (grote bussen)
• 120-127 : Brossel BCSA 5AL (kleine bussen), waarvan de 125-127 nadien omgenummerd werden naar 205-207
• 131-133 : Brossel BCS AG (middelgrote bussen)

Meer informatie over het wagenpark van de SATTRA vind je ook in een Lees ook het artikel over de bussen van de SATTRAapart artikel.

Door de oorlogsdreiging wordt het volledige buspark in de loop van november 1939 kortstondig opgeëist door de militaire overheden. Nadien moesten er steeds vier bussen ter beschikking van het leger gehouden worden. Hierdoor werd sinds januari 1940 de lijn naar de Dampoort niet meer uitgebaat. In mei 1940 werden dan ook alle 17 bussen opgeëist, slechts twee hiervan zouden de oorlog overleven.

In 1941 vinden we een spoor terug van een busdienst tussen Gent, St-Denijs, Latem en Deurle en een marktdienst op vrijdag tussen Gent, Zwijnaarde, Kruishoutem en Wannegem-Lede.

De na-oorlogse periode

In 1944 kunnen slechts twee vooroorlogse bussen gerecupereerd worden: een Brossel BCSA UGS (116 krijgt nu het deugdelijkheidsnummer 31-2), en een Brossel BCS AG (131 wordt 31-4). Daarom verzocht de ETG in 1944 aan de Allied Forces om een keuze te maken uit de bussen die zich in de « Allied Captured Vehicles » bevonden. Drie bussen kwamen naar Gent : een Büssing N.A.G. (49 plaatsen), een Auto-Traction, met Buick motor (30 pl.) en tenslotte een Renault (28 plaatsen). Als laatste wordt een Ford/Jonckheere geleend van de RELSE.

dienstregeling

Een Brossel A65 DS/60 (de 31-54 of 31-55) met een aanhanger van hetzelfde merk. Let op het NMBS logo onder het raam.

In 1944 werd ook een contract afgesloten tussen René De Swaef en de SATTRA om een bus te huren. Deze kwam op de lijn Gent-Deurle-Deinze te rijden, waarbij de chauffeur door De Swaef betaald werd. Het contract liep tot in januari 1945. Nadien nam de ETG de lijn terug in eigen beheer over.

In de verdere jaren 1940 en 1950 werden nieuwe bussen aangekocht:
• 41, 50, 54, 55 : vier Brossel A65 DS/60 met een opbouw door D'Heure. Gebouwd in 1946 en 1947 zijn deze geschikt om bijwagens te trekken;
• 74, 85 : twee bijwagens, gebouwd door d'Heure op een Brossel chassis (1946)
• 130, 132 : in 1946 gebouwd door Ragheno op een Brossel AB6 DS chassis. Deze werden in 1965 tot werkbus omgebouwd, gesloopt in 1973.
• 209, 223, 225, 238, 239 : Brossel A88 DLH met een opbouw door Van Hool uit 1954 en 1955. Deze kwamen nadien in Seraing en Charleroi terecht.
• 249 en 256: twee Chausson, afkomstig van het bedrijf van de SATTRA aan de kust. Deze kwamen in 1958 het park vervoegen.

De overgang van ETG naar MIVG

In 1949 begon een commissie met de voorbereiding van de toekomstige exploitatievorm. Omdat er geen akkoord bereikt werd over de overnameprijs van de ETG, werkte deze na het verstrijken van haar vergunning (op 31 december 1953) gewoon verder. Dit kon via een tijdelijke overeenkomst tussen de staat, de provincie, de stad Gent en de gemeenten St-Amandsberg, Ledeberg en Gentbrugge.

Een eerste nieuwe buslijn werd in 1954 ingevoerd tussen de Heuvelpoort en Zwijnaarde. Deze werd op paaszaterdag 1955 verlengd via Malem tot Rooigem, om uiteindelijk in februari 1958 het Van Beverenplein te bereiken.

In een interne nota van 1956 vinden we volgende lijnen en benodigd materieel terug :
• A Rooigem-Zwijnaarde : 3 bussen
• B Heirnis-Merelbeke (vanaf 2.8.1955) : 1 bus
• C Korenmarkt-Westveld (verbussing tramlijn 37, sinds 27.8.1956) : 2 bussen

Een eerste Mack-bus in Gent

De toenmalige directeur van de ETG - Chenu - had goeie contacten met de Amerikaanse Mack Motor Truck Corporation. In 1954 bestelden de ETG een eerste proefbus, zodat het ministerie kon onderzoeken of deze aan de normen voldeed. Hij kreeg het nummer 31-222 toebedeeld. De proef lukte blijkbaar, want in 1955 volgde een bestelling van tien stuks. Deze bussen kwam in 1957 in dienst als de reeks 260-269.

De Mack 31-222 komt de Verlorenkost uitgereden op weg naar Rooigem.

Mack

Een akkoord met de NMBS

De SATTRA voerden ondertussen nog steeds diensten uit naar Deurle, Latem, Deinze en Nazareth, dit als "pachter" van de NMBS. In 1960 sloten ETG en NMBS een nieuwe overeenkomst af. De ETG kon vanaf nu de lijn naar Deurle voor eigen rekening exploiteren, en gaf in ruil de exploitatie van de lijnen naar Nazareth en Deinze aan de spoorwegmaatschappij. Door de frequentieverhoging op de lijn naar Deurle kwamen nieuwe bussen in dienst, van het merk Brossel. Deze vormen de reeks 315-321. Rond deze tijd krijgen ook de eerste plannen tot verbussing van diverse tramlijnen stilaan vorm.

Maar eerst werd in maart 1961 de MIVG boven de doopvont gehouden.

Bronnen:

  • Coussens, F. (2004). Van accumulatorentram naar elektrische trolleybus. Tijdschrift voor industriële cultuur. Gent: VIAT.
  • De Keukeleire, E. (2005). 135 jaar openbaar vervoer in Gent : uitbouw stedelijk tramnet en buurtspoorwegen in de Gentse regio. 10 dln. Gent: eigen beheer.
  • De Meyer, P. (1987). Overzicht van het rollend materieel van de TEG en de MIVG. Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële archeologie, 17.. Gent: VIAT.
  • Peeters, J. (2009). Het openbaar vervoer in België 1945-1960. Beleid en realiteit. Bergen: Uitgaven TSP.
  • Peeters, J. (2014). Het openbaar vervoer in België 1960-1970. De sombere jaren Bergen: Uitgaven TSP.

Lees meer over:

Terug naar boven