Joseph Galloo

Dit artikel is niet volledig. Heb je zelf meer informatie over dit bedrijf? Contacteer ons dan.

Buslijst Joseph Galloo Joseph Galloo (1865-1950) uit Geluwe vraagt eind januari 1928 een lijn aan van Ieper, via Geluveld en Geluwe naar Menen.

Een KB van 29 mei 1929 geeft hem een machtiging voor tien jaar. De lijn zou al die jaren een doorn in het oog worden van de buurtlijn van de Buurtspoorwegen. Daarom zou de machtiging in 1939 niet vernieuwd worden.

Vanaf 1 augustus 1931 wordt Joseph ook uitbater voor rekening van de NMVB van de lijn Ieper-Oostende. Er zijn vijf heen- en terugritten, met op zondag een extra rit Ieper-Oostende.

Eén van de zonen van Joseph – Remi Galloo – wordt vanaf 24 december 1932 concessionaris van de Buurtspoorwegen op de lijn Menen-Moorsele-Rollegem-Izegem. Hij draagt de lijn op 10 juli 1933 al over op Léon Bruneel. Remi Galloo is de vader van Joseph Galloo, stichter van het gelijknamige afvalverwerkende bedrijf uit Menen.

Joseph krijgt hij ook de verpachting – vanaf 2 augustus 1933 – van de lijnen Diksmuide-Koekelare-Oostende en Ieper-Merkem-Diksmuide. Het daaropvolgende jaar draagt hij deze lijnen over op z’n zoon Marcel. Lang zou dit niet duren: op 12 juni 1934 nemen de Gebroeders Vandepoele de uitbating van deze twee lijnen over.

In het West-Vlaams busregister worden in 1933 zes bussen van Galloo ingeschreven: een Federal en vijf Minerva’s. Ze krijgen de nummers W.V.118 t.e.m. W.V.123.

De dienstregeling van de lijn Ieper-Menen uit 1938. Bekijk de volledige dienstregeling.

dienstregeling

Ondertussen vervoert Galloo sinds 1932 tijdens de wintermaanden ook werklieden vanuit Geluwe richting Menen (Barakken) en Noord-Frankrijk. Hiertegen dient Léon Bruneel in 1934 klacht in (hij was de uitbater van de dienst Komen-Geluwe-Menen).

Al op 18 oktober 1937 dient hij een verzoek in om vergunning voor de lijn Ieper-Menen te vernieuwen. De NMVB stelt echter haar veto tegen een verlenging. Als « troostprijs » zou Joseph dan de dienst Moorslede-Wervik mogen uitbaten.

In april 1938 vraagt hij de verbinding Zonnebeke-Wervik aan als uitbreiding van de lijn Ieper-Menen. De lijn zou lopen via Beselare, Geluveld, Zandvoorde en Ten Brielen. De aanvraag geniet de volle steun van de gemeente Beselare, die betere verbindingen met Roeselare en Wervik wil. In Zonnebeke zou er immers aansluiting zijn met de treinen en bussen richting Roeselare.

De verbinding Ieper-Geluwe zou als proef zes maand met autorails gereden worden, en nadien zou de busverbinding Ieper-Menen met uitbreiding Wervik-Moorslede opnieuw onderzocht worden. Galloo zou dan als concessionaris (pachter) kunnen aanblijven.

In september 1939 laat het ministerie weten dat ze geen bezwaar tegen de dienst Wervik-Moorslede heeft. De lijn zou via Kruiseke, Geluveld en Beselare lopen. Galloo had deze lijn op 4 juli 1939 aangevraagd. Hij krijgt een voorlopige toestemming, in september 1939 is de lijn al in bedrijf.

Tijdens de mobilisatie van begin 1940 eist het Belgische leger alle bussen op. Joseph moet noodgedwongen de dienst Wervik-Moorslede staken.

In het begin van de bezetting rijden twee zoons van Joseph Galloo, samen met uitbater Comyn uit Ieper en André Verstraete een vervangingsdienst tussen Poperinge en Brussel via Kortrijk, Deinze en Gent. Wanneer de treinverbinding terug hersteld is, wordt deze dienst op 23 augustus 1940 terug afgeschaft.

Bronnen:

  • PA West-Vlaanderen: 1e afdeling, 940X (Wervik-Moorslede)
  • PA West-Vlaanderen: 1e afdeling, 1007X (Ieper-Oostende)
  • De Volder, D. (1982). Geschiedkundig overzicht van het openbaar vervoer vanaf 1919 tot 1939 in de streek van Izegem, Menen, Kortrijk en Moeskroen. Brugge: eigen beheer.
Terug naar boven