Lefever

Buslijst LefeverWe vinden de broers Lefever – Marcel en Aimé – uit Beveren (Roeselare) voor het eerst terug in augustus 1928, wanneer ze een buslijn aanvragen tussen Roeselare en Zwevezele (Hille), via Gits en Lichtervelde. Marcel is op dat ogenblik fietsenmaker en had in dat jaar zelf een bus geassembleerd.

In oktober van hetzelfde jaar vragen ze deze lijn opnieuw aan, deze loopt nu ook via Hooglede en is ze tot Wingene verlengd. Ze beschikken dan over een Chevrolet van 15 pk. Een jaar later zien ze af van hun aanvraag voor deze lijn. In de plaats vragen ze op 14 augustus 1929 de lijn Roeselare-Diksmuide aan, via Hooglede, Staden, Zarren en Esen.

De broers blijven niet op de vergunning wachten maar baten hun dienst al uit. Pas op 25 maart 1931 volgt een koninklijk besluit dat Marcel een machtiging voor vijf jaar geeft.

De dienstregeling van de lijn Diksmuide-Roeselare uit 1938. Doorblader de volledige dienstregeling.

dienstregeling

Ondertussen had ook de NMVB haar zinnen op deze lijn gezet. Al in 1928 mocht de maatschappij een KB de lijn Merkem-Staden-Roeselare uitbaten [1]. Pas in 1933 (KB van 26 januari) verpacht ze deze lijn door aan Marcel Lefever.

Wanneer de gunning van Lefever in 1936 komt te vervallen, willen de Buurtspoorwegen niet dat de termijn verlengd wordt. Omdat beide partijen het niet eens raakten, werd er samen met het provinciebestuur naar een oplossing gezocht. Deze kwam er op 29 februari 1936:

  • Lefever stemt ermee in te verzaken aan zijn lijn Roeselare-Staden-Zarren-Esen-Diksmuide, ten voordele van de NMVB. Deze zal het vak Staden-Zarren-Diksmuide aanvragen als uitbreiding van haar reeds vergunde buslijn Roeselare-Staden-Merkem. De termijn van deze lijn loopt tot 1938.
  • Lefever baat de lijn Roeselare-Hooglede-Staden-Merkem als pachter van de NMVB verder uit, maar enkel op marktdagen te Roeselare (tot 2 mei 1938, datum waarop de machtiging vervalt).
  • Lefever als pachter van de NMVB, en tegen een vergoeding van 8% van de bruto-inkomsten voor de NMVB, de lijn Roeselare-Hooglede-Sleihage-Staden-Zarren-Esen-Diksmuide uit.

De gunning voor de lijn Roeselare-Zarren-Diksmuide wordt met een KB van 14 mei 1938 voor tien jaar verlengd. Ook werden uitbreidingen op de lijn toegestaan: Diksmuide-Woumen (Dorp-Jonkershove)-Houthulst-Staden en Woumen (Dorp)-Merkem (Kippe)-Woumen (Jonkershove). Deze uitbreidingen werden ook aan Lefever verpacht. Het daaropvolgende jaar werd de uitbreiding Merkem-Woumem (Jonkershove)-Houthulst-Staden-Roeselare als marktdienst gegund, dit voor tien jaar.

De lijn Roeselare-Staden-Diksmuide wordt op bevel van het Ministerie van Verkeer op 31 oktober 1940 stopgezet. Wel volgt er op 16 juni 1941 een toelating om de lijn terug in dienst te nemen. Het is onduidelijk of dat ook effectief gebeurd is. We vinden Lefever wel terug als uitbater van de NMVB in de lijst van 1941 en 1945. Aan het begin van de oorlog werden vijf bussen door het Belgische leger opgeëist. Slechts drie ervan zouden de oorlog overleven.

Na 1945

De lijn Roeselare-Hooglede-Staden-Zarren-Diksmuide komt in de loop van 1945 terug in dienst. Drie bussen - waaronder een Willems - hebben de oorlog overleefd. In de beginjaren vinden we nog enkele Renault en een Hanomag terug. Wie heeft meer gegevens over deze bussen?

De donkerkleurige bus in het midden is de 24-2 van Marcel Lefever. Wie weet meer over deze bus?

dienstregeling

In 1945 vinden we Marcel Lefever ook terug als uitbater van de private lijn Roeselare-Rumbeke-Oekene-St-Eloois-Winkel-Moorsele-Gullegem-Kortrijk. De lijn ontstond ten behoeve van de mijnwerkers en werd nadien in een gewone autobusdienst omgevormd. Er zijn vier dagelijkse heen- en terugritten. Op 28 januari 1948 doet Lefever een aanvraag voor een nieuwe machtiging. Deze krijgt hij, ze loopt tot 31 december 1952. Maar de buslijn komt in het vaarwater terecht van de buurtlijn Kortrijk-Geluwe-Izegem, die sinds 7 april 1952 in een autobusdienst Kortrijk-Izegem-Brugge omgezet werd. Lefever krijgt nog een tijdelijke gunning voor deze lijn tot eind 1952.

In 1946 wordt Lefever ook pachter bij de Belgische Spoorwegen voor de directe lijn Roeselare-Tielt-Gent. Deze heeft het nummer 422, later – vanaf mei 1955 – 253 in de nationale dienstregeling.

In 1947 telt het bedrijf negen bussen. Marcel krijgt ook heel wat hulp van zijn dochter Georgette en twee zonen Gilbert en Karel. In die periode krijgt de firma de naam Orbis Toerisme. Gilbert houdt zich bezig met de bussen, de planning en het personeel; terwijl Karel het toerisme voor z'n rekening neemt.

Op 15 juni 1951 richt zijn weduwe Alina Declercq samen haar kinderen de pvba Weduwe Lefever en Zonen op.

Vanaf 1 januari 1953 gaat de lijn Roeselare-Moorsele-Kortrijk over naar de NMBS, die ze doorverpacht aan Lefever (als lijn 215).

Op 22 mei 1955 verandert het openbaar vervoerlandschap in West-Vlaanderen grondig. Vanaf die dag is Lefever niet langer uitbater van de lijn Roeselare-Moorsele-Kortrijk (die naar de Buurtspoorwegen overgaat), maar is ze te vinden op de nieuwe vervangingsdienst 73A (Lichtervelde-Deinze), samen met de broers Van Coillie uit Torhout. Kort daarna vinden we Lefever ook op enkele ritten van de vervangingsdienst 63a Ieper-Torhout terug. De rechtstreekse lijn Roeselare-Gent blijft tot 1971 rijden.

In 1956 richt Karel samen met Daniël Parmentier en Roger Parmentier (zoon van Maurice Parmentier) CAROV op (Coopérative des Autocaristes et Organisateurs de Voyage) op. Karel staat in deze coöperatieve in voor het organiseren van de reizen. Het hoofdbureau was op de Kortrijkse Grote Markt gevestigd, met een bijbureau in Roeselare.

Deze AEC/Desot kwam in 1962 bij het bedrijf te rijden. In 1977 krijgt het nummer 359101. Koetswerken van Desot zijn te herkennen aan de metalen band onder de ramen. Dit model doet wat denken aan de tweede versie van de Van Hool 682. © W. Ceulemans.

dienstregeling

Midden jaren zestig zijn er meer dan 30 autocars in dienst. Lefever zou na de Tweede Wereldoorlog een trouwe AEC klant blijven. Jonckheere en Desot verzorgen de koetswerken. In 1964 wordt dat monopolie doorbroken door de aankoop van een Alfa-Romeo (24-259), met een carrosserie van Desot. Nadien zou het bedrijf bij Van Hool inkopen.

Een aparte verschijning was deze Alfa Romeo/Desot uit 1964. We zien hem hier nabij het Gentse St-Pietersstation op de rechtstreekse lijn naar Roeselare. De bus zou in 1977 nog het nummer 301105 krijgen. © P. Shearman.

dienstregeling

In 1972 komt Guido Lefever, zoon van Gilbert [2], ervaring opdoen bij Carov. Tien jaar later neemt hij samen met z'n echtgenote de pvba Lefever over. Samen startten ze ook een eigen reisbureau.

Vanaf midden 1977 gaan de groene bussen van de spoorwegen over naar de Buurtspoorwegen. Lefever krijgt twee contracten: één voor de lijn Roeselare-Diksmuide (3011) en één voor de lijn Lichtervelde-Deinze (3591). Later zullen de bussen uit het contract 3011 ook in 3591 terechtkomen.

In de jaren 1970 schakelt Lefever op Van Hool over. De eerste koetswerken zijn nog van het vierkante type. Deze 359104 van het type Van Hool-Fiat 340 werd in 1970 in dienst genomen. Diksmuide Station, © M. Colman.

dienstregeling

In de late jaren 1970 en tot 1990 vervoegen zes Van Hool A120 het wagenpark van het bedrijf. Begin jaren 1990 worden nog twee A120 van Van Coillie aangekocht.

Nadien vervoegden een zestal Van Hool A120 het bedrijf. Het tweede exemplaar is deze 359107. Roeselare Station, © M. Colman.

dienstregeling

Met het IC/IR plan van 1984 ontstaat er een nieuwe variante op de lijn 73a via Wontergem, Gottem en Grammene, dit vanaf 3 juni.

Door de economische crisis wordt begin jaren tachtig het aantal cars tot vijf teruggeschroefd. In 1995 neemt mevrouw Depoorter het bedrijf van haar man over. Op dat ogenblik zijn er 8 lijnbussen en 3 cars.

In januari 1999 neemt Linjebuss (het huidige Hansea) Lefever over. De tien werknemers en acht bussen verhuizen naar de garage Van Coillie in Torhout. Lefever was interessant voor Linjebuss omdat het bedrijf heel wat scholen en verzorgingsinstellingen bediende. De overgenomen bussen worden in de nieuwe nv Lefever ondergebracht, en krijgen een nieuw kenteken.

In 1999 en 2000 komen twee Van Hool A600 in dienst (359111-359112). Nog in 2000 wordt nog een Mercedes-Benz O 405 (359113) en in 2001 zes Conecto’s ingeschreven. Deze vervangen een aantal vernielde bussen tijdens een brand bij Van Coillie. De zes Conecto's gaan nog over naar het nieuwe contract 5506 (Connex West-Vlaanderen), maar worden nog in hetzelfde jaar afgevoerd. De naam Lefever verdwijnt uiteindelijk eind 2003.

Bronnen:

  • Al in 1928 had de NMVB een machtiging voor het traject Hooglede-Staden (als deel van de lijn Merkem-Jonkershove-Houthulst-Staden-Roeselare) gekregen, gevolgd door Roeselare-Hooglede in december 1933. Pas in september 1936 volgt het vak Staden-Zarren-Esen-Diksmuide. ^
  • Een andere zoon is Mark Lefever, die tussen 1980 en 2011 werkzaam was op diverse vrt radiostations. ^
  • PA West-Vlaanderen:1e afdeling, 952T (Roeselare-Staden-Diksmuide)
  • PA West-Vlaanderen:1e afdeling, 30/1328 (Roeselare-St-Eloois-Winkel-Kortrijk, 1947-1952)
  • PA West-Vlaanderen:1e afdeling, 30/1526 (Roeselare-Gent)
  • PA West-Vlaanderen:1e afdeling, 30/1578 (Roeselare-Staden-Diksmuide)

Lees meer over:

Terug naar boven