Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer van Gent

Op 15 maart 1961 werd de MIVG boven de doopvont gehouden. Hiermee kwam een eind aan een verloopig beheersorgaan dat eind 1953 in het leven geroepen werd.

Een koninklijk besluit verleende aan de MIVG tot 31 december 1983 alle concessies die de ETG eind 1953 bezat. Beheerders van de nieuwe vennootschap zijn de trammaatschappij zelf, de stad Gent, de gemeente Zwijnaarde en de provincie Oost-Vlaanderen. In juni van hetzelfde jaar wordt het logo aangenomen.

De MIVG nam naast de trams ook twee busreeksen (Mack en Brossel) van de ETG over.

In de daaropvolgende jaren werden echter op snel tempo een groot aantal reeksen in dienst gesteld, wat samenviel met het opdoeken van een groot aantal tramlijnen.

Verbussing en nieuwe busreeksen

De eerste twee lijnen die sneuvelen zijn lijn 8 (Station-Sterre) en lijn 6 (Muidebrug-Meulestede). Lijn 8 wordt op 20 augustus 1962 verbust, de bussen rijden vanaf de Sterre door tot aan Don Bosco. Dit werd de nieuwe lijn 80. Tramlijn 6 wordt op 1 januari 1963 vervangen door buslijnen 6 (Meulestede-Muide) en 61 (Meulestede-Dampoort). Om deze drie lijnen uit te baten worden zes nieuwe bussen van het type Lees meer over de Mercedes-Benz O 322Mercedes-Benz O 322 aangekocht.

De zes Mercedes O 322 werden in oktober 1962 in dienst genomen. Ze reden op propaangas.

dienstregeling

Op 14 oktober 1963 gaat lijn 9 (Station-Gentbrugge) voor de bijl. Deze werd vanaf 1 juli 1969 vanuit het Arsenaal verlengd tot aan het Heldenplein

Het volgende slachtoffer werd lijn 7. Omdat er op de vernieuwde “Tweebruggen” geen tramsporen aangelegd werden, ging ook deze lijn voor de bijl. Vanaf 1 januari 1964 rijden er dan ook als proef bussen tussen het St-Pietersstation en de Darsen via de Heirniswijk. Hiervoor worden 4 à 5 bussen ingezet. Wel bleef de tram nog tot 1 juli 1964 rijden tussen het Van Arteveldeplein, St-Jacobs, de Dampoort en het eindpunt Potuit op de Antwerpsesteenweg. We zien in deze periode een eerste reeks Brossel A90 met een opbouw door Jonckheere instromen, in totaal 19 stuks (reeks 500-518).

Een tweede reeks Brossel A90-Jonckheere (519-536) verschijnt vanaf 1 juni 1965 op lijn 5 (Zwijnaarde-Muidebrug). Hiermee rondde de MIVG een eerste fase van haar "modernisering" af. Er blijven nog zes tramlijnen over, te weten 1 tot en met 4, 10 en 20.

In 1967 en 1968 koopt de MIVG opnieuw Brossel bussen, ditmaal van het nieuwere BL55S type. Ook hier staat Jonckheere in voor de opbouw.

De Brossel reeksen bepaalden de jaren zestig in Gent. We zien hier bus 571 nabij het station van Merelbeke. © M. Reps

dienstregeling

Uiteindelijk wordt eind november 1969 ook lijn 3 - samen met lijn 20 - verbust. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele wijken een eigen bediening te geven; op die manier ontstaan lijnen 30 en 31. Ondertussen werd ook de Watersportbaan bediend, enerzijds met een verlenging van lijn 80, anderzijds door een nieuwe lijn 38 die vanuit de Watersportbaan over de Korenmarkt tot aan Dampoort ging en die vanaf daar lijn 61 overnam tot aan de Muide. Ook had de lijn Zwijnaarde-Rooigem al enkele varianten gekregen; en was ze vanaf Rooigem verlengd naar Mariakerke vanwaaruit een lus vertrok - over het Van Beverenplein - terug naar Rooigem.

Later zou de lijn 80 opgedeeld worden in 85 en 86. Beide startten vanuit de Watersportbaan; maar terwijl lijn 85 naar het centrum van St-Denijs-Westrem verlengd werd, takte lijn 86 aan Maalte af en ging ze naar het Technologiepark in Zwijnaarde.

Om de verbussing van lijnen 3 en 20 op te vangen waren nieuwe bussen nodig. Er werd eind jaren zestig ook al uitgekeken naar de vervanging van de tien Mack bussen. Bij de bestelling van 24 nieuwe bussen schakelde de MIVG over op de combinatie Van Hool-Fiat. De reeks 660-683 uit 1969 was van het type Van Hool 420.

De jaren zeventig

In de eerste helft van de jaren zeventig consolideert het net zich. De reeks 01-34 - een eerste reeks Van Hool 409 - vervangt in 1972 en 1973 de oudste nog in dienst zijnde reeksen (315-321 en 382-387).

Bus 25 te Sint-Jacobs. De combinatie Fiat-Van Hool zou blijven bestaan tot de laatste reeks bussen. Foto: M. Colman.

dienstregeling

Bij de gemeentefusies (begin 1977) dringt een nieuwe nethervorming zich op. Lijn 37 (Westveld-Korenmarkt) wordt via Malem tot in Drongen verlengd en krijgt het nieuwe nummer 17. Een 17 doorstreept wordt tot Malem beperkt. Ook wordt lijn 5 vanuit de Gasmeterlaan via het Van Beverenplein verlengd tot in Wondelgem (lijn 50).

Midden jaren zeventig worden nogmaals twee reeksen Van Hool-Fiat 409 in dienst genomen (35-57 en 58-76). Hiermee werden ondermeer de Brossel BL55S-bussen uit dienst genomen.

De jaren tachtig

In 1980 neemt lijn 6 het deel van lijn 38 over tot aan de Dampoort. Lijn 38 wordt vanaf de St-Jacobs via de Lousbergskaai verlegd naar de wijk Heirnis. 1980 is ook het jaar dat de laatste reeks nieuwe bussen instromen. Een reeks van 39 Van Hool A120 vervangt de twee Brossel A90 reeksen.

De jaren tachtig staan ook in Gent synoniem met besparen en rationaliseren. Van het verlengen van tramlijn 1 tot in Wondelgem maakt de MIVG in juli 1984 gebruik om haar busnet grondig te herschikken.

Lijnen 32 en 50 worden beperkt te Gentbrugge Centrum en op het Van Beverenplein. De lijnummers 53 en 54 (de tegenritten van lijnen 51 en 52) komen te vervallen. Ook de lijnen 85 en 86 vervallen. Lijn 70 neemt de bediening over tussen de Watersportbaan en het St-Pietersstation (lijnen 85-86); lijn 71 tussen St-Denijs en het St-Pietersstation (lijn 85). Daarnaast vervoegt lijn 72 het geheel tussen Maalte en de Darsen. Tussen Zwijnaarde, Hutspot, het St-Pietersstation rijdt de nieuwe lijn 90 als gedeeltelijke vervanging van lijn 86. Vanaf het St-Pietersstation volgt ze lijn 9 tot in Gentbrugge. Ten slotte worden ook de lijnen naar Afsnee en St-Martens-Latem herschikt. Lijn 84 komt te vervallen; ook verliest Deurle zijn bediening door de MIVG.

Bus 89 (Van Hool A120) aan het St-Pietersstation. Lijn 75 verbond het station met het Akademisch Ziekenhuis (nu UZ Gent).

dienstregeling

Van de Lees hier hoe Gent zijn trolleybuslijn kreegindienstname van de trolleylijn maakte de MIVG gebruik om haar net grondig te herschikken. Verschillende lijnen werden afgeschaft of kregen een andere reisweg.

In 1991 werden enkele reeksen van de MIVG volledig of gedeeltelijk door De Lijn overgenomen.

Huisstijl en stelplaats

Het oude en nieuwe MIVG logo.

dienstregeling

De bussen werden steevast in het lichtblauw geschilderd, met een geelcrème bovenkant. Van oudsher werden de bussen in de stelplaats Gentbrugge gestald.

Bronnen:

  • Coussens, F. (2004). Van accumulatorentram naar elektrische trolleybus. Tijdschrift voor industriële cultuur. Gent: VIAT.
  • De Keukeleire, E. (2005). 135 jaar openbaar vervoer in Gent : uitbouw stedelijk tramnet en buurtspoorwegen in de Gentse regio. 10 dln. Gent: eigen beheer.
  • De Meyer, P. (1987). Overzicht van het rollend materieel van de TEG en de MIVG. Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële archeologie, 17.. Gent: VIAT.
  • Peeters, J. (2009). Het openbaar vervoer in België 1945-1960. Beleid en realiteit. Bergen: Uitgaven TSP.
  • Peeters, J. (2014). Het openbaar vervoer in België 1960-1970. De sombere jaren Bergen: Uitgaven TSP.

Lees meer over:

Terug naar boven