Monserez

Buslijst MonserezIn de lente van 1929 beginnen de broers Cyrille en Arthur Monserez, samen met Henri Vandenheede een busdienst tussen Moeskroen, Aalbeke en Kortrijk. Cyrille, afkomstig uit het naburige Wattrelos, is bakker maar ziet meer brood in een busuitbating.

Ze vragen op 24 juni 1929 een machtiging voor deze lijn aan, voor een periode van tien jaar. Op dat ogenblik beschikken ze over een Berliet van 22 pk. Een KB van 18 juni 1930 geeft hen deze machtiging. Ze moeten de NMBS wel een concurrentievergoeding van 5% betalen, de NMVB 2%.

Op 24 mei 1933 neemt Cyrille, samen met z'n echtgenote Marie Winne de rechten van zijn broer en van Henri Vandenheede over. (bekrachtigd door KB van 27 maart 1934).

De W.V.152 voor de garage te Aalbeke. © familie Monseez.

W.V.152

De garage wordt « Franco Belge » gedoopt en de vijfde bus - de W.V.152 - verschijnt rond die periode. Het gaat om een Minerva HTM die een opbouw krijgt door de Roeselaarse constructeur Manhaeve. De bus krijgt de naam Cornelius - naar de Aalbeekse patroonheilige.

De Bolide 2 was in 1937 het paradepaardje van Monserez. Naast lijndiensten werd de bus vooral ingezet op Lourdesreizen. © familie Monserez.

W.V.152

De volgende bussen krijgen de bijnaam « Bolide ». De Bolide 1 - W.V.276 - is een Miesse 6HL149 / Jonckheere, in dienst in 1936. De Bolide 2 - W.V.301 - is een Miesse 6HS AL66 / Jonckheere uit 1937. Met de Gardner-motor konden snelheden tot 100 km/uur behaald worden! Daarna komen nog een Minerva (overgekocht van Clovis Anselin) en twee Miesse in dienst.

Naast lijndiensten werd er in de zomermaanden ook op het toerisme ingezet. Vooral de reizen naar Lourdes waren populair.

Pachter van de spoorwegen

Ondertussen werd de machtiging van de lijn op 20 mei 1935 aan de NMBS overgedragen, waarbij Monserez als pachter voor het bedrijf blijft rijden. Dit alles werd door een KB van 2 januari 1937 bekrachtigd. Al op 22 augustus 1938 volgt een nieuwe machtiging die de termijn van de machtiging met tien jaar verlengt, te rekenen vanaf 1 juli 1940.

De dienstregeling van lijn Kortrijk-Moeskroen uit 1938. Op zon- en maandagen (marktdag te Kortrijk) waren een aantal extra ritten voozien.

1938

In die tijd mag de bus van Monserez nog niet tot aan het Kortrijkse station doorrijden. De eindhalte bevindt zich in de Doornikwijk. Pas in 1939 mag de bus vanuit de Doornikwijk naar het station van Kortrijk doorrijden. Ook in 1939 - vanaf 1 juni - wordt de lijn vanuit Moeskroen naar Herseaux verlengd, met een uitbreiding tot in Les Ballons.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog worden alle bussen - behalve de Bolide 2 - door het Belgisch leger opgevorderd. De lijn Kortrijk-Herseaux kan tot 23 augustus blijven rijden. Ook tot 15 augustus rijdt Monserez een vervangingsdienst op de lijn 89 Kortrijk-Anzegem.

De lijn naar Herseaux wordt vanaf 1 september nog enkel op maandag en dinsdag gereden. Op 31 oktober 1940 volgt een bevel dat de lijn niet verder uitgebaat mag worden.

Net voor de oorlog worden de meeste bussen door het leger opgevorderd. Cyrille haalt de motor uit de Bolide 2 en verbergt deze voor de Duitsers. Zo kunnen ze z’n bus niet opvorderen.

De heropbouw

Pas in september 1944 verzorgt de Bolide 2 (W.V.301) opnieuw lijndiensten tussen Kortrijk en Herseaux. Een ongeval op 31 december 1944 maakt hier tijdelijk een einde aan. Een Duits vliegtuig beschiet de Bolide 2, die wisselstukken gaan ophalen was bij Adolf Verthé uit Meulebeke. De chauffeur komt hierbij om het leven, de stuurloze bus boort zich in een voorgevel van een huis. Jonckheere herstelt de bus. Ook een andere Miesse – W.V.379 – heeft de oorlog overleefd.

Het voorlopige uurrooster van de lijn Kortrijk-Herseaux vanaf 1 mei 1945.

1945

Op 1 mei 1945 wordt een tijdelijke dienstregeling met 7 retourritten van kracht.

Vanaf 5 november wordt het vooroorlogs uurrooster weer van kracht. In deze jaren vinden we ondermeer twee bussen van het merk Bernard terug.

Marie Winne overlijdt op 15 april 1948. Intussen werken haar drie zonen Roger, Pierre en Jean-Pierre al in de zaak. Samen met hun ouders hadden ze op 20 december 1947 de firma « C. Monserez et Enfants » opgericht. In dat jaar wordt lijn 188 hernummerd als 243 (en in oktober 1952 als 203).

Deze postkaart toont ons het Kortrijkse station eind jaren 1940. De bus rechts is de 23-7 van Monserez, een Miesse met een opbouw door Jonckheere van het type dat ook aan Belgrado geleverd werden.

23-7

Begin jaren 1950 komen eerst twee Miesse/Jonckheere in dienst, later volgen nog een Brossel A93 DAR/Jonckheere en tenslotte twee Brossel A98 DAR/Jonckheere. Qua autocars vinden we twee Mercedes-Benz terug. Het is Pierre die met één van deze autocars vele keren toeristen richting Oostenrijk brengt. Eind jaren 1950 koopt Monserez een Van Hool-Fiat 682 aan.

Na het overlijden van Cyrille in 1963 wordt de zaak verdeeld. Er zijn op dat ogenblik 7 lijnbussen en 3 autocars aanwezig. Roger houdt zich met het toerisme en een reisbureau bezig, terwijl Pierre zich met het lijnvervoer en Jean-Pierre zich met de BMW garage inlaat.

Een deel van de dienstregeling van lijn 203 uit NMBS dienstregeling 1966-1967. Vanaf juni 1956 werden een aantal ritten vanuit Herseaux tot Estaimpuis doorgetrokken.

23-7

Vanaf 1 juli 1977 exploiteert Monserez de seizoenlijn 206 Herseaux-De Panne in plaats van Deceuninck uit Roeselare.

Wanneer op 1 september 1977 de groene bussen naar de NMVB overgaan, krijgt de firma het contractnummer 3621, waarin zich zes bussen bevinden.

Wel apart was de uitwerking van de filmkast in deze Leyland LVB668/Jonckheere uit 1976, die in 1977 het contractnummer 362108 kreeg.

362108

Monserez was vanaf 1959 een trouwe klant bij Leyland. Meestal verzorgde Jonckheere de koetswerken, slechts een paar bussen werden door Van Hool afgewerkt. Midden jaren tachtig schakelt het bedrijf over op Volvo, met een opbouw door Jonckheere of Van Hool.

De 362110 was de tweede TransCity in het bedrijf. Ook deze bus werd op een Leyland chassis (LVB668) gebouwd. Let op de hoge instap. © M. Colman.

362110

Twee contracten

Na de regionalisatie ontstaat een nieuw contract 4651 bij de TEC Henegouwen. Hierin worden drie bussen ondergebracht (465110, 465112 en 465114).

Hoewel het Ministerie eerst van oordeel was dat de lijn 203 niet gesplitst moest worden, gebeurde dit op 1 juli 1991 toch. De bussen die in opdracht van De Lijn op lijn 203 rijden, gaan vanaf dan niet verder dan het station van Moeskroen. Het lijnvak richting Herseaux wordt in de lijn naar Doornik verwerkt.

De Monserez 465114 werd exclusief op de nieuwe lijn MW ingezet, de bus kreeg hiervoor ook een speciale livrei. Michel Reps kon de bus in het centrum van Luigne in mei 1993 vastleggen.

465114

Op 4 april 1992 rijdt de eerste bus tussen Moeskroen en Wattrelos. Het is Monserez die in opdracht van de TEC en de TCC (later Transpole) deze verbinding verzorgt. Een bus wordt in een speciale livrei gebracht – eerst is dit een TransCity, later een Transit. Drie jaar later (vanaf augustus 1995) gaat de lijn tot Roubaix (Eurotéléport).

Michel Prégaldien fotografeert in de zomer van 1995 deze Volvo B10R-55/Van Hool Linea in De Panne.

362116

In de jaren negentig blijft Monserez voor eigen rekening de seizoenlijn Herseaux-De Panne verder uitbaten. Vanaf maart tot september wordt enkel in de weekends gereden, in de zomervakantie elke dag.

Pierre Monserez verkoopt z’n bedrijf in september 1998 aan de EBH-groep. Drie jaar later verdwijnt de naam van de bussen uit het contract 4651; deze worden op naam van Autobus Dujardin uit Doornik gezet. Vanaf 1 januari 2003 voert De Laere, Popelier & Desmet de ritten op lijn 203 uit. Twee bussen uit het contract 3621 verhuizen naar zusterbedrijven in Limburg.

De naam Monserez is nog niet volledig uit het straatbeeld verdwenen. De EBH-groep smelt het bedrijf samen met Verhenne uit Marke om zo Autobussen Monserez-Verhenne te vormen, die tot op heden school- en speciaal vervoer verzorgen in het Kortrijkse.

Bronnen:

  • PA West-Vlaanderen: 1e afdeling, 948T (Kortrijk-Herseaux)
  • PA West-Vlaanderen: 1e afdeling, 30-1514 (Kortrijk-Herseaux)
  • Dreesen, W. (1996). Le bon gain et l'ivraie. Car & Bus Magazine, 557, 24-26
  • Smits, C. (1997). Uit grootmoeders vergeelde schoenendoos: Bolide 2. Car & Bus Magazine, 575, 17.
  • Monserez Autobus. (1998). Car & Bus Magazine, 577, 40-42
  • Gesprek met Pierre Monserez, december 2015

Lees meer over:

Terug naar boven