Tramways Bruxellois

Vanaf 1870 deed Brussel inspanningen om de verschillende trammaatschappijen onder één hoed samen te brengen. Dit lukt in 1873 wanneer Simon Philippart de maatschappijen van William Morris (de "Voies Ferrées Belges") en Albert Vancamps op te komen. Hieruit ontstonden in 1874 de "Tramways Bruxellois". De overnames gingen verder : in 1879 nam ze de lijnen van de broers Becquet over, gevolgd door de Compagnie Brésilienne in 1880. Tijdens de eerste jaren wordt het net gevoelig uitgebreid.

In 1882 besluiten de Tramways om over te schakelen naar electrische tractie. Het zou nog wachten worden tot april 1887 voor de eerste accu-tram op dienst verscheen. Maar deze trams misten soms genoeg kracht om de hellingen op te raken, en waren ook niet altijd bedrijfszeker.

Na drie jaar geven de Tramways de accutram op. In 1892 valt de beslissing om op de trolleytram over te schakelen. In 1893 zien we deze tram op twee lijnen (Stefanieplein-Globe en Noord-Zuidstation) verschijnen. Tegen de eeuwwisseling waren diverse andere lijnen ook geëlectrificeerd. Maar nog steeds werden concessies verleend voor lijnen met paardentrams. In 1899 krijgen de Tramways bovendien een nieuwe concessie, die loopt tot 31 december 1945. Voorwaarde is dat op het volledige net de electrische tractie gebruikt wordt.

In 1907 kopen de Tramways Bruxellois drie bussen aan met een Schneider chassis, een motor van Brillié en een bovenbouw door de Ateliers Métallurgiques de Nivelles. Hiermee kunnen de laatste paardenomnibussen uit dienst gehaald worden. De bussen, die in het najaar van 1907 in dienst komen, worden gestald in een garage in de Rue Froissard en rijden op een lijn tussen de Beurs en het gemeenteplein van Elsene. Maar ook hier heeft men te kampen met vele pannes, zodat het busproject in 1913 opgeborgen wordt.

Aan het gemeentehuis van Elsene wacht één van de Schneider bussen van de Tramways Bruxellois zijn volgend vertrek af.

Schneider bus te Elsene

Na de proef tussen 1907 en 1913 hadden de Tramways Bruxellois zich op het pure trambedrijf teruggeplooid. Maar in 1924 klinkt de roep van de bus opnieuw. Hierop wordt op 27 mei 1926 een filiaal opgericht, de S.A. des Autobus Bruxellois.

Bronnen:

  • Escoyez, P., Marissens, J.-P. en Tintillier, L. (2007) Un siècle d'exploitation d'autobus urbains à Bruxelles. Brussel: eigen beheer.

Dit kan je ook interesseren

Terug naar boven