Tramwegen van Antwerpen en Omstreken

Toen eind 1945 de vergunningen van de Tramways d'Anvers verstreken, was haar voortzetting allerminst duidelijk. Daarom werd een voorlopig beheerscomité opgericht, met de naam « Tramwegen van Antwerpen en Omstreken ». Deze nam vanaf 1 januari 1946 de activiteiten van de Tramways d'Anvers over.

De levensduur van het comité werd een paar keer verlengd, om vanaf 29 september 1947 verlengd te worden tot het ogenblik dat de definitieve maatschappij het levenslicht zou zien. Dit zou nog bijna 16 jaar duren!

Omdat de Antwerpsche Autobussen de buslijnen naar de Dokken (31) en Elsdonk (32) niet heropstarten, vroeg de T.A.O. vergunningen aan om deze te mogen uitbaten. Ze kreeg die ook voor de lijn naar Elsdonk, maar verpachtte de lijn door aan Autobus De Polder. De ritten in de haven werden door de werkgevers zelf uitgebaat, hier reden bussen van De Polder en Autobus Lux op.

In 1948 wordt een lijn 33 opgericht tussen Hoboken en Merksem. Deze lijn wordt doorverpacht aan de nv A.D.A.R. (Autobusdiensten Antwerpse Randgemeenten). Als deze firma er in 1952 mee ophoudt, neemt de T.A.O. de uitbating ervan in eigen handen.

De eerste eigen bussen

Haar eerst eigen bussen koopt de T.A.O. pas in 1948 aan. Bij de opstart van een nieuwe lijn 34 (Zuidstation-Borgerhout) zien we drie bussen van het merk Studebaker met een opbouw door de firma Callewaert op de weg verschijnen. Ze krijgen de parknummers 52-54.

Bus 54, één van de drie Studebakers die op lijn 34 te zien was.

dienstregeling

Op 1 januari 1951 start de T.A.O. vanuit de Noorderplaats twee nieuwe lijnen naar de haven op. Ze hebben hun eindpunt op Kaai 221 (lijn 35) en Kaai 214 (35b). De lijnen worden aan Autobus Lux verpacht. In 1953 gaat de verpachting over naar Autobus De Polder en worden de lijnen tot aan de Rooseveltplaats verlengd.

Nog in 1951 neemt de T.A.O. de concessie over van de lijn naar Linkeroever. Deze lijn - sindsdien 36 genummerd - werd doorverpacht aan De Polder. De lijn naar Zwijndrecht werd tussen 1948 en 1952 door de Buurtspoorwegen nog aan de Antwerpsche Autobussen verpacht, die ze verder doorpachtte aan De Polder. In 1952 werd de T.A.O. de concessiehouder van de lijn, waarbij De Polder verder de ritten bleef uitvoeren. In hetzelfde jaar nog wordt De Polder ook exploitant op de nieuwe lijn 37 (Rooseveltplaats-Van Cauwelaertsluis), die later samensmelt met lijn 35b.

Van tram naar bus

Tijdens de verdere jaren vijftig worden verschillende tramlijnen verbust. Bij elke verbussing zien we altijd een nieuwe reeks opduiken. Het startschot wordt op 15 oktober 1952 gegeven bij de verbussing van lijn 13 (Zuidstation-Petroleumtanks). De reeks 55-61 (Guy, met een opbouw door Van Hool) verschijnt ook lijn 34.

Voor de daaropvolgende reeksen werd de combinatie Brossel (chassis) en Jonckheere (koetswerk) aangesproken. Er kwamen twee types. Enerzijds de “kleine Brossels”, met een capaciteit van 55 à 65 passagiers, anderzijds de “grote Brossels”, waarmee 88 reizigers vervoerd konden worden. We zien hier ondermeer voor het eerst de geknikte ruit. De kleine Brossels hadden een enkele instap- en uitstapdeur, bij de grote Brossels waren dit beide dubbele deuren. De kleine Brossels werden in drie reeksen tussen 1953 en 1955 geleverd, de grote Brossels in één reeks in 1954-1955.

De kleine Brossels (reeksen 62-77, 78-79 en 1-9) vervingen de trambediening op lijnen 9 (Amsterdamstraat-Fruithoflaan, stopgezet op 19 oktober 1953) en 23 (Vlaamse Kaai-Luchtbal, 1 juni 1954).

Op de verbuste lijn 9 zien we zijn eindpunt te Berchem station verlaten. Dit was een zogenaamde kleine Brossel.

dienstregeling

De grote Brossels (reeks 80-91) zouden ondermeer gaan rijden op lijn 31 (Centraal Station-Kaai 204), dit als vervanging van de trolleybussen, die na 30 september 1955 de bediening op deze lijn staakten. Op lijn 6 bleven de trolleybussen gewoon verder rijden.

In de jaren 1956 en 1958 wordt een nieuwe reeks van 46 bussen geleverd, ditmaal van het merk Büssing met een opbouw door Van Hool. Ze krijgen de parknummers 10-34 en 35-45. Uiterlijk lijken ze op de grote Brossels, behalve de instapdeur, die hier terug enkel uitgevoerd is. Ook deze reeks werd ingezet op verbuste tramlijnen, ondermeer op lijn 25 (Groenplaats-Wilrijk, vervanging van tramlijn 5, stopgezet op 1 januari 1957), 17 en 27 (Centraal Station-Wilrijk, tramlijn 7, ook 1 januari 1957) en lijnen 18 en 19 (CS-Ter Boelaerpark en CS-Deurne, vervanging van tramlijn 18, stopgezet op 24 mei 1958). Met de komst van deze reeks konden ook de Studebaker busje afgevoerd worden.

De laatste bussen die door de T.A.O. aangekocht werden waren Büssings. We zien hier bus 25. Op 1 januari 1957 verving buslijn 17 de oude tramlijn 7 (17).

dienstregeling

Het einde van de T.A.O.

De wet op het stedelijk vervoer van 22 februari 1961 voorzag in het oprichten van nieuwe stedelijke vervoermaatschappijen. In Antwerpen werd deze kans aangegrepen om na vijftien jaar "tijdelijk bestuur" een nieuwe maatschappij op te richten. Met een KB van 27 december 1961 werd de weg vrijgemaakt voor de nieuwe Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen.

Op 31 december 1962 hield de T.A.O. op te bestaan. De dag erop nam de MIVA de fakkel over.

Bronnen:

  • Keutgens, E. (1980). De Antwerpse tram : van paardetram tot premetro 1873-1979. Antwerpen: MIVA.

Lees meer over:

Terug naar boven