De Tramways Unifiés de Liège et Extensions

In Lees meer over Frédéric NystLuik bestonden aan het begin van de twintigste eeuw maar liefst vier (vijf als we de RELSE erbij rekenen) trambedrijven: de Tramways Liégeois (gesticht in 1875), de Tramway Est-Ouest de Liège et Extensions (opgericht in 1898, als voortzetting van Frédéric Nyst et Cie), de Tramway Communaux (1894, voortzetting van de Chemin de Fer Américain) en de Tramways de Cointe (die sinds 1905 onder beheer van de RELSE vielen).

De concessies van deze trambedrijven lopen tot de jaren 1920. Intussen groeit het besef dat de vele maatschappijen een vlot openbaar vervoer in de weg lopen. Na de verkiezingen van 1921 wordt het idee van een intercommunale naar voor geschoven. In 1923 onderzoekt de Luikse gemeenteraad andere scenario’s om tot een fusie te komen. Na lange onderhandelingen wordt in maart 1925 een conventie afgesloten tussen de Belgische staat, de stad Luik, de T.L. en de Est-Ouest. Het lastenboek bepaalt de voorwaarden waaraan het bedrijf moet beantwoorden.

Het logo van de TULE bevatte het Luikse stadswapen (een perroen geflankeerd door de letters L G).

De nieuwe concessie zou 36 jaar lopen, te beginnen vanaf 25 januari 1925 tot 31 december 1960. Een wet van 3 maart 1927 bekrachtigt deze conventie. Zo ontstaat op 12 december 1927 de « Société anonyme des Tramways unifiés de Liège et extensions » (TULE). Charles Harmel wordt de eerste algemeen directeur ; hij zou dit tot 1945 blijven.

De TULE maken direct werk van een renovatie van het tramnet. Ook liggen verschillende uitbreidingen al jaren in de lade. Om haar wagenpark te stallen beschikt de TULE over de stelplaatsen van Coronmeuse, Natalis, Cornillon, Henne, Hayeneux (enkel dienstmateriaal) en Sainte-Foy (herstellingen).

De opkomst van de trolleybus

Een eerste groot wapenfeit wordt de overname van de Tramways de Cointe op 1 januari 1930. Het inzetten van de eigen trams verloopt problematisch. Als oplossing tovert Charles Harmel de trolleybus uit zijn hoed. Na toestemming van de gemeenteraad, werd op 31 juli 1930 de tram tussen het centrum en Cointe door een trolleybuslijn vervangen, uitgebaat met vijf wagens van het merk Ransome (reeks 401-405).

Trolleys 401 en 404 op de Place du Batty (Cointe). Coll. J. Evrard, © GTF.

Vanaf dan zetten de TULE zich in om het trolleynetwerk uit te breiden naar wijken waar tot nu geen of weinig openbaar vervoer aanwezig was. Het jaar 1934 wordt hierin een kantelpunt. Voor het eerst worden ook tramlijnen door trolleybuslijnen vervangen.

In een conventie, afgesloten in 1931 tussen de TULE en de NMVB, werd afgesproken om tramlijn 7 (Luik-Renory) in een trolleybuslijn om te vormen, en deze tot het buurtspoorwegstation van Ougrée te verlengen. Zowel de RELSE als de Nord-Belge zagen de trolleybus met lede ogen komen. De lijn zou immers de stamlijn van de RELSE en een deel spoorlijn over een gedeelte volgen. Daarom werd besloten om de nieuwe trolleybuslijn (25) via het station Guillemins om te leiden. De lijn wordt in februari 1933 goedgekeurd, tot de bovenleiding volledig afgewerkt is, wordt de lijn met dieselbussen uitgebaat. Deze zijn van het merk Brossel (BCSAU.6), waarop Anglo-Franco-Belge uit La Croyère een koetswerk bouwt. De trolleybussen komen vanaf 16 maart 1934 in actie op de nieuwe lijn 25. Op dat ogenblik wordt tram 1 tot Guillemins beperkt.

De dieselbussen verhuizen kort nadien naar de nieuwe lijn 26 (Théâtre-Angleur). Deze gaat in de loop van 1936 in trolleymodus over.

Nog in 1934 gaat tramlijn 3 (Guillemins-rue Maghin) voor de bijl. Ze wordt in mei 1934 door een nieuwe trolleybuslijn 23 vervangen, die tot de place du Marché gaat. Tegelijk wordt bus 24 [1] vanuit de rue Maghin tot diezelfde place du Marché verlengd. In juli 1934 wordt deze buslijn in trolleymodus omgezet.

In augustus volgen dan nog de lijnen 21 (place du Roi Albert-Laveu), gevolgd door lijn 22 (place du Roi Albert-Burenville) in september. Het zijn bussen van het nieuwe type van F.N. (reeks 407-436) die hier instromen.

Tijdens de verdere jaren dertig wordt het trolleybusnet verder uitgebreid.

Wanneer in 1935 de staatsbaan tussen Chênée en Trooz vernieuwd wordt, stellen de TULE voor om de tramlijnen 8, 14 en 15 naar trolleybusmodus om te schakelen. De TULE bereiden een dossier voor om het gehele tramnet in het zuidoosten van de Luikse agglomeratie op te doeken en deze door trolleybussen te vervangen. Uiteindelijk zou de tram deels blijven bestaan, en zouden in de loop van 1937 de nieuwe trolleybuslijnen 27 (Théâtre-Ougrée), 28 (Théâtre-Streupas), 31 (Théâtre-Trooz) en 35 (Théâtre-Robermont).

Deze worden in 1938 gevolgd door lijn 29 (Guillemins-Chênée) en 32 (Théâtre-Henne). Lijn 32 wordt ook in 1939 verlengd tot Vaux en er gekoppeld aan een nieuwe lijn over de rechteroever van de Vesder – dit wordt lijn 33. Nog in 1939 ontstaat de lijn 36: Cathédrale-place Seeliger, in maart 1940 verlengd tot place Jean de Wilde.

Door deze nieuwe trolleybuslijnen bleef van het tramnet nog maar 58 kilometer over. Maar liefst 42 kilometer was voor de bijl gegaan!

Trolley 498 (Brossel) aan het eindpunt van lijn 35 (Rue E. Vandenhoff). © D. Waltking - GTF.

Om dit alles vlot uit te baten, worden in 1937-1938 trolleybussen in dienst genomen: dit worden de reeksen F.N.-trolleys 437-484 (T.36) en 485-495 (T.38). Daarnaast worden ook nog vijf Brossel met een opbouw van Paul d’Heure besteld (496-500). De inval van de Duitse troepen maakt een einde aan de montage van de overige 18 voorziene trolleybussen bij F.N. Uiteindelijk mogen de TULE de chassis recupereren om ze verder af te bouwen in het atelier van de stelplaats Natalis (dit worden de 501-518).

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog worden nog verschillende projecten bestudeerd, zoals lijnen naar Oupeye, Fléron en Sart-Tilman.

De TULE tijdens de oorlog

Op 31 augustus 1939 worden enkele bruggen over de Maas opgeblazen. Dit heeft ook gevolgen voor het spoor- en trolleyverkeer.

Ook de voor de trolleybus belangrijke Pont de Commerce (nu Pont Albert 1er) werd opgeblazen.

Op 11 mei 1940 worden praktisch alle Maasbruggen opgeblazen. Op 12 mei nemen de Duitsers Luik in. De TULE gaan aan het werk om net zo goed en zo kwaad mogelijk te herstellen. Zo kunnen de meeste trolleybuslijnen terug in dienst gesteld worden, behalve deze die de twee Maasoevers met elkaar verbinden. Gelukkig is het materieel mooi verdeeld tussen de twee oevers.

Ook op 11 mei wordt de autobus Luik-Herstal-Haccourt afgevoerd. Pas vanaf 1941 richtten de TULE opnieuw een busdienst in tussen Hallembaye en Vivegnies, waar er aansluiting is op tram 5.

Toen er enkele noodbruggen kwamen, mochten de zware trams er niet meer over rijden: dit betekende het einde voor tram 6 (St-Lambert-Wandre) en 9 (Guillemins-Longdoz). Vanaf december wordt een noodbrug (pont de Commerce) voor het trolleyverkeer opengesteld zodat het eindpunt Théâtre opnieuw bereikt kan worden door de lijnen 25, 26 en 31. Begin 1941 worden 18 - bijna afgewerkte - trolleybussen vanuit Herstal overgebracht naar de ateliers van de TULE in de stelplaats Natalis. Deze reeks 501-518 is nodig om latere uitbreidingen te kunnen rijden.

Ondanks alle beperkingen slagen de TULE erin om in volle oorlog vier nieuwe lijnen te openen. Begin april 1942 begint trolley 30 te rijden tussen Théâtre en Sauheid. In 1943 wordt de lijn verlengd tot Embourg en Voie de Liège. Een maand later - mei 1942 - verbindt trolleybus 37 Herstal met Oupeye. Tram 5 wordt beperkt tot Herstal. En vanaf augustus 1943 wordt lijn 25 verlengd vanuit Ougrée naar de wijk Beau Site.

Tijdens de oorlog was de dienstverlening door allerlei beperkingen en tekorten (onderdelen, brandstof) soms gebrekkig, vooral op het einde van de bezetting. In oktober 1943 worden de trolleydiensten herschikt. De bussen mogen niet harder dan 28 km/u rijden en mogen er maar 45 passagiers meegenomen worden. Er zijn nog maar 32 trolleys in rijvaardige staat, terwijl een volledige exploitatie er 84 nodig heeft! De Duitse bezetter vorder ook negen trolleys op: drie T.32 (407-409) en de zes Brossels (495-500). Deze gaan richting Wilhelmshaven en Trier.

Bevrijding en heropbouw

Net voor de bevrijding wordt Luik in mei 1944 nog diverse malen door de geallieerden gebombardeerd. Als gevolg rijden de trolleys niet uit; hierdoor hebben de Luikenaars enkel nog de beschikking over enkele tramlijnen.

De bevrijding - door Amerikaanse troepen - komt er op 7 september 1944. Kort hierna verschijnen de eerste trolleybussen terug in het straatbeeld. De euforie van de bevrijding wordt echter in de kiem gesmoord door Duitse aanvallen met V1 en V2-raketten, die vanaf november 1944 tot februari 1945 Luik zouden opschrikken.

Pas in het voorjaar van 1945 is de trolleybus definitief terug, eerst op lijn 31, gevolgd door diensten op lijnen 21, 22, 24, 28 en 37. Maar de situatie blijft precair. Pas in het najaar betert de situatie, ondermeer door de levering van 400 banden uit de stock van het Britse leger. In september 1945 komen de lijnen 25, 26, 27, 30 terug in dienst. Maar van de 92 benodigde trolleybussen zijn er maar een dertigtal in dienst.

Van de zes Brossel trolleybussen worden er maar vier in (oktober 1946) een goede toestand teruggebracht; drie worden terug als trolleybus ingezet, een vierde (497) wordt omgebouwd tot dieselbus 35 (later nummer 58). Ze worden gebruikt om de trolley naar Haccourt te versterken. De drie T.32 komen zwaar geschonden terug en worden verschroot.

Begin 1946 is het net bijna in z’n vooroorlogse staat teruggebracht. 60 trolleybussen rijden opnieuw en ook de limiet op het gewicht wordt opgeheven. In december 1946 wordt een eerste Maasbrug heropend (de huidige pont J.F. Kennedy), gevolgd door de Pont de Fragnée in 1948. Vanaf mei 1949 verbindt de nieuwe lijn 38 Wandre met Herstal.

Na de oorlog steekt de omzetting naar trolleybus van de resterende tramlijnen de kop op. Veel trammaterieel is aan het eind van haar leven gekomen. Daarom willen de TULE in 1947 vijftig nieuwe trolleybussen bestellen. Dit brengt F.N. ertoe om een volledig nieuw model te ontwikkelen: de Tb. V.

De ingenieurs van F.N. werken met een zelfdragende constructie. De elektrische uitrusting profiteert van de laatst ontwikkelde snufjes uit de States. Het model wordt op het salon van 1949 in Brussel voorgesteld. Maar de TULE twijfelen. Over tien jaar vervalt hun concessie; is het nog waard om zoveel in nieuwe trolleybussen te investeren? Het prototype komt in Luik in dienst onder het nummer 519.

De jaren 1950

Er is ook het nieuwe project om de route nationale 3 te vernieuwen, en het lot van trams 17 en 18. Als alternatief wordt nog altijd voor de trolleybus gekozen. Maar ook de bus komt piepen: deze wordt voorzien om trams én trolleybuslijnen met lage bezetting te vervangen.

In deze periode worden verschillende buitenlandse trolleybussen getest. In augustus 1951 wordt een Alfa-Romeo geprobeerd, vooral op lijn 31. Vooral het koetswerk doet vreemd aan. Na de testen wordt de bus verkocht aan TCM Cars uit Visé, die hem tot gewone dieselbus ombouwt. Enkele maanden later wordt een "Mearmon-Herrington" getest, ingevoerd door de Ateliers Métallurgiques van Nijvel.

De eerste autobuslijnen

Vanaf midden oktober 1952 worden de trams op lijn 17 progressief door nieuw aangekochte Meer over Mercedes-BenzMercedes-Benz bussen vervangen. Een maand later is dit ook het geval met lijn 18. De nieuwe Mercedes busjes nemen ook de plaats in van de trolleylijn tussen Longdoz en Guillemins. Eind augustus 1953 verschijnen ze ook op lijn 13. De busjes – nog van het vooroorlogse neustype – vormen reeks 1-14 (later 61-74).

Eén van de eerste Mercedes-busjes, gefotografeerd door L. Bollen in oktober 1953.

De laatste trolleylijnen

In 1952 worden eindelijk de werken op de Nationale 3 aangevat. De tram verdwijnt van de verbrede weg ten voordele van de trolleybus. Naast een omzetting in trolleybus van lijnen 10 en 13 [2] zou lijn 11 ook tot Beyne verlengd worden. Er wordt ook geld voorzien om 25 nieuwe trolleybussen te bestellen, een ladderwagen en een nieuw onderstation.

In oktober 1958 zien we deze 526 op lijn 37. © L. Bollen.

Nog in 1952 krijgt ook het trolleybusnet een uitbreiding. Vanaf begin juli wordt de sectie Luik-Herstal onder draad gebracht. Lijnen 37 en 38 bereiken zo het centrum van Luik via de brede lanen langs de Maas. Lijn 38 wordt begin oktober tot Cheratte verlengd.

Op 3 mei 1954 opent de eerste trolleysectie tussen Beyne en Fléron, gevolgd door Beyne-Robermont in juni en tenslotte de sectie Robermont-St-Lambert op 22 september van hetzelfde jaar. Lijn 12 wordt op 7 oktober 1956 in één beweging omgezet naar trolleybussen. Tegelijk maken de trolleybussen T.54 (reeks 520-549) hun intrede.

De trolleybus staat nu op z'n hoogtepunt. Het park telt maar liefst 143 bussen die dagelijks 131 km op 19 lijnen rijden. Enkel op lijnen 1, 4 en 5 blijven trams rijden (20 km met 51 tramstellen). De stelplaats van Cornillon verliest z'n laatste trams.

Uit de derde reeks Mercedes/Jonckheere bussen stamt deze 56, door L. Bollen in Droixhe gefotografeerd.

Toch dreigden zwarte wolken. Zo werd op 25 juli 1955 de trolleybuslijn 30 naar Embourg door een bus vervangen, die via Guillemins zou rijden (dit nadat sinds april 1954 op deze lijn een gemengde exploitatie bestond). Als bijkomende reden werden een wegomlegging en een noodzaak om de lijn te verlengen aangegeven. Hier verschenen opnieuw Mercedes-Benz bussen (reeks 75-80); opnieuw verzorgt Jonckheere de opbouw. Een derde en vierde reeks Mercedes/Jonckheere bussen (reeksen 56-59 en 81-85) volgen in 1956.

Vanaf begin januari 1957 voert de TULE een pendeldienst in Ans tussen de place Nicolay en de Cité Lonay, als aansluiting op de trolleydienst.

In 1946 hadden de TULE één buslijn in bedrijf tussen Herstal en Haccourt, in 1960 waren het er al zeven. Het materieel werd gestald in de stelplaatsen van Cornillon, Coronmeuse, St-Foy, Natalis en Henne.

Data van verbussing van tram- en trolleybuslijnen
10.10.1952 7 Guillemins-Place de Geer
16.10.1952 17 Guillemins-Bressoux (1956 tot Droixhe, 1957 tot Port de Monsin), vervanging van tram 17
16.11.1952 18 St-Lambert-Bressoux (1956 tot Droixhe), vervanging van tram 18
24.08.1953 13 St-Lambert-Bonne Femme (1957 tot Grivegnée), vervanging van tram 13
27.10.1954 39 Herstal-La Préalle (nieuwe lijn)
25.07.1955 30 Cathédrale-Guillemins-Embourg (vervanging van trolleybus 30).
05.01.1957 2 Ans Place Nicolay-Cité Lonay (nieuwe lijn, aanvulling op trolleybus 12).

Het einde van de TULE

Ondertussen loopt op 31 december 1960 de concessie van de TULE af. Op het allerlaatste moment bereiken de staat, provincie en de TULE een akkoord over de verdere exploitatie. Vanaf 1 juli 1961 neemt de STIAL (Société des Transports Intercommunaux de l’Agglomération liégeoise) het heft over. Op dat ogenblik wordt ook beslist om de STIAL samen te voegen met de STILS, die ook in 1961 de RELSE opgevolgd had. Deze fusie voltrekt zich op 23 april 1964. De nieuwe maatschappij is de STIL.

In 1954 bouwt F.N. een laaste prototype trolleybus (type Vb), die vanaf 1957 bij de TULE als 550 zou beginnen rijden. Kort nadien stopt F.N. de productie van trolleybussen, omdat ze inzag dat het tij in Luik aan het keren was. © L. Bollen.

Zowel de trolleybussen als de dieselbussen werden in een donkerblauwe livrei met een crèmekleurige bovenkant gezet. Vanaf de levering van de T.54 zou deze veranderd worden in grijs met een blauwe band onder de ramen.

Noten en bronnen

  • Deze buslijn ontstond in 1930 om de nieuwe wijk Thier-à-Liège met het centrum te verbinden. Eerst werden hier twee Parijse gasbussen op ingezet, vanaf september 1930 verzorgde een autocar de verbinding. Lijn 30 werd vanaf 1 mei 1934 als 24 omgenummerd, om in juli 1934 in trolleybusmodus over te gaan. ^
  • Uiteindelijk zou tram 13 in augustus 1953 door een buslijn vervangen worden. ^
  • Godeaux, J.-G., Evrard, J., Lambou, M., Stekke, R. (2001). Liège aux fils de trolleybus.. Liège: Editions du G.T.F.
  • Peeters, J. (2009). Het openbaar vervoer in België 1945-1960. Beleid en realiteit. Bergen: Uitgaven TSP.
  • Peeters, J. (2014). Het openbaar vervoer in België 1960-1970. De sombere jaren Bergen: Uitgaven TSP.
  • eigen documentatie

Lees meer over:

Terug naar boven