AEC - een korte historiek

Begin twintigste eeuw had de London General Omnibus Company (LGOC) een amalgaan van diverse bustypes rijden. Om hieraan een eind te maken besloot ze om zelf een standaardbus te ontwerpen. Dit werd het X-type dat vanaf 1909 in de werkplaatsen te Walthamstow van de band rolde. Het X-type werd later door het B-type opgevolgd.

In 1912 neemt de Underground group (eigenaar van diverse Londense metro- en tramlijnen) de LGOC over. Als deel van de overname werd een apart bedrijf opgericht dat zich zou toeleggen op de productie van bussen en onderdelen: de Associated Equipment Company, afgekort tot AEC.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou AEC ook trucks gaan produceren. In 1927 verhuist de fabriek naar nieuwe terreinen in Southall. In de jaren dertig bouwt AEC – samen met English Electric – ook trolleybussen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de busproductie gestaakt.

De belangrijkste exponent van AEC is natuurlijk de typische Routemaster, die zelfs in 2015 nog in Londen werkzaam is.

Routemaster

In 1946 vormt AEC een partnership met Leyland om trolleybussen te gaan bouwen: de British United Traction Ltd. Twee jaar later worden ook Crossley Motors en Maudslay Motor overgenomen. AEC verandert daarop zijn naam naar Associated Commercial Vehicles (ACV); wel werden de initialen AEC op de voertuigen behouden. Park Royal wordt in 1949 overgenomen; de combinatie AEC-Park Royal is natuurlijk bekend van de typische Londense dubbeldekkers.

In 1962 koopt Leyland de hele AEC-ACV groep op. In 1968 rolt de laatste AEC dubbeldekker van de band, pas in 1979 volgt de laatste enkeldekker. In dat jaar wordt ook de fabriek te Southall gesloten.

Export

In 1949 start AEC met de uitbreiding van zijn exportmarkt. Naast het Gemenebest kwamen nu ook andere landen in het vizier. Er werden assemblagelijnen opgestart in Australië, Zuid-Afrika en Argentinië.

Begin 1949 starten de Etablissementen G. Spitals uit Antwerpen met de invoer van AEC en Maudsley. Spitals was toen reeds verdeler van Berliet. Verschillende bedrijven schakelden in de daaropvolgende jaren hun volledige vloot over op AEC materieel, zoals De Schelde, Parmentier en Autobus Liégeois.

Vanaf 1960 worden alle activiteiten van de Ets. G. Spitals opgenomen in een nieuwe vennootschap, die werd opgericht samen met de constructeur. De naam van de naamloze vennootschap werd A.E.C. Continental, ze wordt de exclusieve invoerder van de A.E.C. producten in België gedurende de volgende twintig jaar.

De bekendse chassis die ingevoerd werden, waren de Regal en de Reliance. Daarnaast werden ook enkele bussen op het Ranger chassis gebouwd.

Bronnen:

  • Eigen documentatie

Lees meer over

Terug naar boven