Bussen van de SATTRA

Bekijk de lijst met SATTRA bussen Onder de titel van « Working Papers » willen we aanzetten geven om soms voor velen nog onbekende stukjes busgeschiedenis te belichten. We beginnen met de bussen van de SATTRA in Gent.

Ontstaan en ontwikkeling van de SATTRA

De “Société Auxiliaire de Transports et de Travaux” werd gesticht op 25 februari 1934, door een akte verleden door notaris Charles Robert Delporte te Brussel. De maatschappij was de nieuwe benaming van de vroegere opgerichte maatschappij “Société anonyme Auxiliaire d’Autobus”, die gesticht werd op 22 november 1929.

Volgende maatschappijen waren in de SATTRA vertegenwoordigd:
• RELSE (Luik-Seraing)
• ETG (Gent)
• SELVOP, of Naamloze Maatschappij voor de Exploitatie der Elektrische Buurtlijnen van Oostende en Belgische Badplaatsen
• TEPCE (Charleroi)
• Société anonyme des Compagnies réunies d’Electricité et de Transports “Electrorail”

De SATTRA had als doel om het busverkeer van deze trammaatschappijen uit te voeren.

De SATTRA in Gent

In Gent begint op 20 december 1932 een eerste buslijn te rijden tussen het St-Pietersstation, de Korenmarkt en de Dampoort. Later zou de SATTRA ook pachter van de NMBS worden op de lijnen Gent-Deurle, Gent-Nazareth en Gent-Deinze.

SATTRA 118

Bus 118 op de Gentse Korenmarkt.

Laten we even naar het begin kijken. In 1933 vinden we een aantal bussen bij de SATTRA terug:

102-105 : Dasse Standard met een carrosserie van Deleure. Bouwjaar 1931. Deze rijden op de lijnen naar Deinze, Deurle en Nazareth. Het type wordt in het ETG archief ook als ARD bestempeld: Autobus Ruraux Dasse.

111-113 : Minerva HTMA (met een vermogen van 30pk), te vinden op de stadslijnen. In het archief als “Autobus Ville Minerva” aangeduid.

116-118 : Brossel BC.SAU6S, ook op de lijnen naar Deinze, Deurle en Nazareth. Bouwjaar 1932. Ook gekend als de “Ruraux Grand Brossel”.

120-123 : Brossel BC.SA5AL, bouwjaar 1933 Twee bussen rijden in Henegouwen (lijn Péruwelz-Tournai, als pachter van de NMBS). De andere twee ook op lijnen naar Deurle en Deinze. Gekend als de “Petits Brossel”. Ze waren ook gekend als de “Autobus Tournai”.

131-133 : Brossel BC.SA6, bouwjaar 1931 of 1932 (?). Deze rijden ook op de lijnen in Gent. Motor met een vermogen van 85 pk. Ook gekend als de “Moyen Brossel”. Bus 131 kreeg in 1936 een nieuwe vijfcylinder dieselmotor.

Deze bussen zullen ook de zogenaamde provinciale nummers krijgen (zie de lijst voor details). Vanaf 1935 worden ze uit het provinciaal register geschrapt en krijgen ze een nationaal nummer. Bekijk de lijst voor deze nummers.

In oktober 1936 komt bus 345 erbij. Deze 345 kwam uit Oostende en had een dieselmotor. Tegelijk verdwijnt bus 123 uit de lijsten van na 2 september 1936. Ook is er vanaf dat jaar geen sprake meer van bus 102.

Een maand later en worden bussen 112 en 113 door respectievelijk 124 en 123 vervangen. Dit zijn ook twee Brossel BC.SA5AL. In december 1937 bestaat het park uit 16 bussen (103-105, 111, 116-118, 120-124, 131-133, 345).

De 111-113 worden in 1938 afgevoerd, ook bus 345 verdwijnt uit de boeken in februari van dat jaar. Bussen 117 en 118 worden na 31 juli niet meer gebruikt. In de plaats komen twee nieuwe bussen: 205 en 206. Eind december 1938 vinden we 14 bussen in park: 103-105, 116, 120-124, 131-133, 205-206.

In 1939 gaat bus 103 weg, en vinden we bussen 125-127 terug. Deze 125-127 zijn de vroegere 205-206 en 207 (die hier voor het eerst opduikt). De volledige reeks 120-127 is van het bouwjaar 1933.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heeft de SATTRA 14 bussen in park: 104-105, 116, 120-127, 131-133.

In de loop van 1941 begint het park af te brokkelen. Vanaf mei blijven enkel de 104, 116, 122 en 131 over. De andere bussen zijn opgeëist.

Slechts drie bussen zouden de oorlog overleven. Bus 116 zou nadien het deugdelijkheidsnummer 31-2 krijgen, bus 131 werd 31-4. Bus 122 zou geen deugdelijkheidsnummer meer krijgen.

Gegevens uit de Brossel-lijst

In de Brossel lijst vinden we vier bestellingen door Electrorail voor 1940:
• 446-448 (BC.SA6) -> 131-133
• 474-476 (BC.SAU6S) -> 116-118
• 491-493 (BC.SA5) -> 120-121, deze drie chassis worden in de lijst vermeld als “Seraing”
• 523-528 (BC.SA5AL) -> 122 en 123 zijn zeker. Wellicht zijn de overige chassis gebruikt voor de 124-127. Waar zijn de 205-207 eerst ingezet? Charleroi? Luik? Kuststreek? Van deze chassis hebben we ook geen kentekengegevens. Wie kan ons hierbij helpen?

Met dank aan B. Bogaerts en F. Coussens

Terug naar boven