De standaard streekbus

In de jaren 1950 begon ook in Nederland een zekere standaardisatie zijn intrede te maken. Kort na de Tweede Wereldoorlog was het streekvervoer grotendeels in handen van de Nederlandse Spoorwegen gekomen. De verschillende dochterbedrijven kochten hun bussen samen in.

In de tweede helft van de jaren 1950 werden diverse modellen uitgeprobeerd. Uiteindelijk haalde Leyland het met z’n ondervloermotor. Met Leylandcomponenten werd door diverse constructeurs - waaronder Den Oudsten, Verheul, Werkspoor en Hainje - een standaardbus gebouwd: dit zou de succesvolle Wikipedia: Bolramer Streekbus « Bolramer-streekbus » worden. Het typewerd tussen 1956 en 1967 gebouwd, en kan gezien worden als een rechtstreekse voorloper van de standaard streekbus.

De GADO 7596 is een typisch voorbeeld van een Bolramer. Dit model werd ook door Den Oudsten gebouwd. © A. Akkermans.

GADO 7596

In de jaren 1960 werd standaardisatie gezien als een middel om kosten te drukken. Voor het stadsvervoer bracht Hainje vanaf 1966 de Wikipedia: Commissie Standaardisering Autobusmaterieel CSA I op de markt. Voor de streekbus werden reeds bestaande Verheul modellen met ondervloermotor (Leyland Royal Tiger Worldmaster) gebruikt. De carrosserie werd hoekiger met grote raampartijen, een brede middenuitstap en een vlakke vloer. In 1967 kwamen de eerste standaardbussen in dienst bij de NZH, die ook de typische gele kleur. De nieuwe standaard streekbus was geboren.

DAF had ondertussen de rechten verworden om de Leyland O680 motor in licentie te bouwen en in een eigen chassis te gebruiken. In 1969 werden de eerste streekbussen op dit chassis – DAF MB200 DKDL600 – gebouwd. Den Oudsten zou in de daaropvolgende jaren de belangrijkste constructeur van standaardbussen worden: van de 5574 standaard streekbussen werden er 4706 door Den Oudsten gebouwd. Het DAF chassis zou de Leyland Royal Tiger Worldmaster stilaan verdringen.

Daarnaast werden er ook standaardbussen gebouwd op andere chassis, zoals Volvo, Leyland, Mercedes-Benz, Neoplan en Scania; en door andere busbouwers (waaronder ook Jonckheere en Van Hool).

Het einde van de standaard streekbus kwam er in 1988. In dat jaar werden de nieuwe chassis DAF MB230 en DAF SB220 geïntroduceerd, samen met nieuwe modellen van Hainje en Den Oudsten (de B88). De standaard streekbus zou daarna nog een kleine tien jaar het Nederlandse buslandschap domineren.

De Den Oudsten standaard streekbus in België

In totaal werden er in de periode 1973-1980 58 standaard streekbussen gebouwd voor diverse Belgische exploitanten. Het einde van de export kwam er door het nieuwe, striktere lastenboek dat de Buurtspoorwegen in 1979 invoeren. Dit lastenboek schreef een lagere vloer met een achterin geplaatste motor en brede instap voor. Dit leidde wel nog tot drie bussen op het DAF SB210 chassis, dat speciaal voor de Belgische markt ontworpen werd.

De uitvoering van de meeste bussen was gelijk aan hun Nederlandse broertjes. In België kwamen wel een aantal uitvoeringen van de standaardbus voor die in Nederland niet te vinden waren.

De meerderheid van de bussen werden op het DAF MB200 chassis geleverd. Ook vinden we enkele exemplaren terug op het enkel voor België beschikbare DAF SB210 chassis, en één bus op het DAF TB163 chassis (met frontmotor). Ook bussen op een Leylandchassis laten zich niet onbetuigd.

Bronnen:

  • Eigen documentatie

Lees meer over

Terug naar boven