Jonckheere Tricity

Op het salon van Kortrijk 1987 stelde Jonckheere de Tricity voor als directe concurrent voor de Van Hool A280, die twee jaar eerder reeds voorgesteld werd. Jonckheere probeerde met dit model in te spelen op nieuwe evoluties binnen de buswereld zoals een verlaagde vloer over de hele lengte van de bus en de gewijzigde visie op passagiersstromen (wat zich in een driedeursbus uitte).

In 1987 bracht de Jonckheere Tricity een bezoek aan het Brusselse trammuseum te Woluwe.

tricity

Het model, ontworpen door een designbureau, was qua look zeker vernieuwend te noemen.

Nieuw was ook dat deze Tricity op een eigen Jonckheere chassis gebouwd werd. Tot dan toe gebruikte Jonckheere enkel vreemde chassis om zijn carrosserieën op te bouwen.

Het chassis dat hiervoor ontworpen werd - type 040 - werd van het Mercedes O 405 chassis afgeleid. De motor kon hierdoor op het einde van de bus geplaatst worden. In het prototype was dit een Mercedes OM427h; in latere versies zou ook een Mercedes OM447h of DAF LT160 voorzien worden. De versnellingsbak was een Voith D851.2 volautomaat.

De deuren zijn van het uitzwaaiende type zodat in de bus nog meer ruimte vrijkwam.

Deze eerste Tricity werd na een testperiode verkocht aan het chemiebedrijf Monsanto te Antwerpen, waar hij instond voor het personeelsvervoer.

Naast het 040 chassistype - dat duidelijk ontworpen was voor het stadsvervoer - werden nog twee types ontworpen, één voor het streek- (City 041) en één voor het langeafstandsvervoer (Commuter).

Lees meer over

Terug naar boven