De Mercedes-Benz O 305-familie

Onder de stuwende kracht van het Hamburgse stadsvervoerbedrijf kwam het VÖV (Verbund Öffentlicher Verkehrsbetriebe - Verbond van Openbaarvervoerbedrijven) midden jaren zestig naar voor met een lastenboek voor de nieuwe Duitse standaardstadsbus. Deze vereniging vertegenwoordigde ongeveer zeventig percent van de Duitse bedrijven.

Het antwoord van diverse Duitse busconstructeurs liet niet lang op zich wachten. Mercedes stelt in 1967 zijn model dat volgens de VÖV normen gebouwd is - de O 305 - voor. Het betekende voor Mercedes-Benz ook een definitieve scheiding tussen de segmenten van bussen voor het openbaar vervoer enerzijds en touringcars anderzijds.

Wat waren nu enkele eisen voor deze standaardbus. De bus moest een lengte van 11 meer hebben, een lage vloer op een hoogte van 725 millimeter. Zowel de voor- als achterdeur moesten breed uitgevoerd worden; de raampartijen ruim en er moest plaats zijn voor 41 zittende en 61 staande passagiers. De motor kwam achterin te liggen.

Alhoewel sommige kritieken vernietigend waren bij de voorstelling van het standaardbusmodel op de beurs van Frankfurt in 1967, zou het model toch tot een succesnummer uitgroeien, niet enkel voor Mercedes-Benz, maar ook voor andere constructeurs die deze standaardbus in hun gamma hadden. Vooral de kostenbesparende elementen, zoals onderdelen en het feit dat hiermee de éénmansbediening ingang vond, speelden hierin een rol.

Bij de eerste O 305 is de voorruit nog redelijk gebogen. Bij latere versies zien we dat de O 305 ook het ietwat strakkere StÜlb-front van de O 307 meekrijgt.

fronten

Naast de standaard stadsbus werd in 1970 door Mercedes-Benz een interstedelijke versie voorgesteld. Ook de vereisten van dit model waren door de VÖV precies vastgelegd. Deze O 307 had een lengte van 11,7 meter en had een vloerghoogte van 875 milimeter. Van dit model hebben we geen exemplaren in het Belgische openbaar vervoer teruggevonden.

Als motor voor de O 305 werd initieel voor de OM 360h gekozen, die in 1973 vervangen werd door de OM 407h motor, die reeds in de O 307 gebruikt werd.

Na de standaardversie werd in 1977 ook de gelede versie, de O 305G voorgesteld. Deze had een lengte van 17,3 meter.

De O 305 werd ook als chassismodule aangeboden. Voor de Belgische markt werd zelfs een speciale variant ontwikkeld. Het O 305J chassis werd enkel door Jonckheere gebruikt om er eigen carrosserie-types op te bouwen.

De laatste O 305 rolden in 1987 van de band. Ondertussen was het model in populariteit al ingehaald door zijn opvolger, de O 405.

De O 305 in België

Hoewel het model reeds in 1969 in Duitsland in productie ging, zou het nog tot midden jaren zeventig duren voor de eerste O 305 in België voet aan wal zette.

De eerste O 305 die we in lijndienst teruggvinden is de Bierinckx 851117 uit 1975 (deze zou later de KAV 108129) worden. In totaal kochten verschillende exploitanten zo'n 30-tal nieuwe O 305 aan tussen 1975 en midden jaren 1980. Grootste afnemers waren SADAR, Bus De Polder, J. Wergifosse en Jost & Kornwolf.

Ook P. Van Mullem uit Boutersem waagde zich aan de O 305. Deze 968117 werd in april 1978 in het verkeer gebracht.

968117

Het merendeel van de O 305 kwam echter tweedehands in België terecht, soms nog tot diep in de jaren 1990. Deze werden in veel gevallen via SADAR het land ingevoerd. Alleen al in het (openbaar vervoer) park van SADAR troffen we er een kleine dertigtal aan.

De Vos uit Nederbrakel kocht in 1993 nog twee O 305 aan. Ze waren afkomstig van het Duitse Verkehrsbetriebe Westfalen Süd.

254119

In totaal vonden een kleine honderd O 305 een tweede leven in het Belgische openbaar vervoer. Over de talloze O 305 die het hier als schoolbus schopten hebben we het dan nog niet gehad.

O 305 als chassismodule

Net als zijn voorgangers kon ook een externe bovenbouw op een O 305 chassis geplaatst worden.

MIVB 8027 - Jette Spiegel.

8027

Een eerste bestelling vinden we al in 1975 terug. De MIVB bestelt dan 15 O 305 chassis waarop Jonckheere een carrosserie volgens het "Neerman-type" bouwt. Deze bussen vormen de reeks 8016-8030. Na hun afvoer bij de MIVB (midden jaren 1980) komen enkele exemplaren nog bij de exploitant Autobus de Genval terecht.

De Polder 311 - Antwerpen Astridplein.

311

In 1978 bestelt Bus De Polder uit Antwerpen 18 O 305 chassis. Hierop plaatst Van Hool een bovenbouw die sterke gelijkenissen vertoond met zijn eigen 440-model. In welke mate het chassis voor dit order aangepast is, weten we niet. Wel vinden we het soms terug als O 305B, waarbij de B wel eens voor « Belgien » zou kunnen staan.

Bronckaers 852120 - Antwerpen.

852120

In 1982 en 1984 bouwt Van Hool ook nog zes bussen van het type A120P op het O 305 chassis. Deze komen bij Bronckaers uit Hamont te rijden.

De combinatie O 305J-Jonckheere

Kort na de introductie van de Jonckheere TransCity wordt het model ook op Mercedes chassis aangeboden. Hiervoor wordt door Mercedes-Benz haar O 305 type aangepast, dat O 305J genoemd wordt.

De Nuyens 158128 is nog van het eerste type TransCity, te herkennen aan de nauwe frontdeuren - Mechelen Station.

158128

De eerste TransCity op dit chassis wordt de Mandel Cars 361105 uit begin 1977. In totaal komen bij verschillende exploitanten 74 TransCity bussen op dit chassistype in dienst. De laatste wordt de Toussaint 564118 uit begin 1989.

In 1985 rijdt een TransCity op dit chassis ook proef bij het Antwerpse vervoerbedrijf MIVA. Hieruit vloeit een bestelling van 50 exemplaren die in 1986 instromen. Kort nadien volgt nog een vervolgbestelling van 30 bussen. Deze vormen de reeksen 1001-1050 en 1051-1080.

MIVA 1015 - Antwerpen Seringenlaan. © coll. M. Reps.

1015

Nog in Antwerpen bestelt Bus De Polder, dat diensten uitvoerde voor de MIVA, tien gelijkaardige bussen. Deze krijgen er de parknummers 327 tot en met 336.

Seys-Coopman 202104 - Aalter Centrum.

1015

Het speciale geval is deze 202104. Op een O 305J chassis bouwde Jonckheere in 1978 een carrosserie die veel verwantschap vertoond met de toenmalige Standaard IV-carrosserie, die bij Van Hool als A120 door het leven ging. Het model werd door Seys-Coopman uit Aalter aangekocht.

De gelede versie: O 305G

Reeds voor het verschijnen van de O 305G in 1977 had Mercedes haar O 305 standaardbus als module aangeboden waarop externe carrosseriebouwers, zoals Vetter, gelede bussen bouwden.

Het waren de Fahrzeugwerkstätten Falkenried (FFG) die de eerste Mercedes-Benz O 305G bouwden. Bij deze bus werd de aandrijving in de aanhanger geplaatst. Het prototype kwam in januari 1977 bij het Hamburgse stadsvervoerbedrijf in dienst, vanaf 1978 ging het model in productie.

In België zijn er enkel O 305G in dienst gekomen die reeds in Zwitserland of Duitsland een leven achter de rug hebben. In totaal ging het om zes bussen

De oudste stammen uit 1980 en werden door de Zwisterse carrossier FHS Frech-Hoch aangepast. Ze begonnen hun leven bij de AG Liestal in 1980. Ze kwamen hier te rijden bij SADAR (763401) en Sotragaume (566401).

SADAR 763401 - Verviers Gare Centrale. © coll. R. Van Poppel.

763401

De overige exemplaren hadden een StÜlb-front. Twee kwamen in 1999 in dienst bij De Morgenstond uit Kleine-Spouwen (860108 en 860109). Deze waren afkomstig van het vervoerbedrijf van Wuppertal.

De Morgenstond 860108.

860108

De laatste twee vonden we bij TCM uit Vis&eacute. De 759111 had reeds een carrière bij de Aseag opzitten, terwijl de 759112 uit Stuttgart komt.

Lees meer over

Terug naar boven