Mercedes-Benz O 317 (1957-1976)

Drie jaar na het verschijnen van de eerste semi-zelfdragende bus (O 321H) kwam Mercedes-Benz op de proppen met de eerste als pure lijnbus geconcipieerde model, de O 317.

Maar in tegenstelling tot de O 321H werd de motor hier horizontaal onder de vloer tussen de beide assen geplaatst, iets wat Mercedes-Benz van Büssing afgekeken heeft. Door de motor hier te plaatsen, werd geanticipeerd het gebruik van het chassis om er een gelede bus mee te bouwen. Dit zou vanaf 1958 ook door externe carrosiers gebeuren. Later volgden ook nog anderhalf- en dubbeldekker-varianten.

De O 317 had een lengte van 12 meter, en werd aangedreven door een zescilinder OM 326 dieselmotor (192 pk).

Het was net als bij de vorige modellen ook terug de TULE die het model aankocht. Een eerste reeks van 5 chassismodules werd in 1960 van een bovenbouw voorzien door Jonckheere (81-85); het jaar erop volgde een tweede reeks van 10 stuks (86-95). Deze werden van 2 uitstapdeuren voorzien.

STIL 192 - Trooz Gare.

TEC STIL 192

In 1963 bestelt de STIAL (de opvolger van de TULE) 35 chassismodules. Deze krijgen een opbouw door Van Hool, maar hebben slechts 1 uitstapdeur. Het jaar erop bestelt de STIL nog een reeks van 20 bussen, opnieuw met een Van Hool opbouw.

In 1963 krijgt de O 317 er een klein broertje bij. De O 317K heeft een lengte van 11,3 meter. Hiervan kocht Bus De Polder begin 1971 negen stuks van, die licht door Jonckheere aangepast werden. Ze kregen de nummers 90 tot en met 98.

De Polder 98 - Antwerpen Franklin Rooseveltplaats.

De Polder 98

De O 317 werd naast de O 302 een voorloper van het eerste VÖV model (dit zou de O 305 uit 1964 worden), en bleef er tot 1972 naast bestaan. Als chassis werd het zelfs nog tot in 1976 aangeboden.

Ondertussen werd het O 317 model in 1960 vervoegd door een echte stadsbus, de O 322H.

Lees meer over

Terug naar boven