Mercedes-Benz O 321H (1954-1964)

De O 321H was de eerste semi-zelfdragende bus van Mercedes-Benz. Hij loste bij zijn verschijnen in december 1954 de O 3500 af in het busprogramma van Mercedes-Benz. Het model droeg nog de stempel van "allrounder". Het model bevestigde ook de definitieve scheiding tussen bus- en vrachtwagentypes.

De ruggegraat van de O 321H was de zelfdragende unit, die uit het onderstel en vloer bestond. Daarop werd dan de bovenbouw geplaatst, zodat een rigide structuur ontstond. Tevens was de bus een pak lichter dan zijn voorgangers; en kon het onderstel nog steeds aan andere busbouwers geleverd worden.

Met een lengte van 9,23 en een wielbasis van 4,18 meter is de bus te vergelijken met de hedendaagse midibus. Hij werd aangedreven door een 5,1 liter OM 321 motor (110 pk). Vanaf 1962 werd ook de iets zwaardere 5,7 liter OM 322 (met 126 pk) voorzien. Vanaf 1956 kwam ook een iets langere versie - de O 321HL - op de markt.

STIL 158 - Droixhe.

TEC STIL 158

Ook in België was de O 321H goed vertegenwoordigd. Als eerste nam de TULE in 1955 een reeks van vier chassis af die door Jonckheere van een opbouw voorzien werden (reeks 56-59, later STIL 156-159). Hierop zou in 1960 nog een vervolg van drie busjes komen. De opbouw van Jonckheere benadert sterk het originele model, wel steekt de filmkast iets meer uit.

NMVB 2923 - Brugge.

NMVB 2923

De Buurtspoorwegen volgden in 1956. Drie chassis werden aangekocht en door Jonckheere van de toen geldende standaardcarrosserie (type I, reeks 1503-1505) voorzien. Vanaf de tweede reeks werd de Mercedes motor vervangen door een LPG-motor van Chevrolet.

Deze reeks (1684-1686), en de daaropvolgende reeksen werden eerst door Jonckheere (1684-1686, 2260-2268), later ook door Van Hool (2055-2079, 2497-2532 en 2901-2970) van een Standaard II-type carrosserie voorzien. In totaal bestelde de NMVB 140 chassismodules.

De O 321H werd tot in 1964 aangeboden. Maar reeds in 1957 stelt Mercedes zijn eerste echte lijnbus, de O 317, voor.

Lees meer over

Terug naar boven