Renault Agora

Renault is slechts laat op de trein van de lagevloerbus gesprongen. Toen in 1994 Heuliez (dat ook deel uitmaakt van de Renault VI-groep) zijn GX317 Access'Bus - gebouwd op een R312 chassis - voorstelt, gaan de verkoopscijfers van de R312 de dieperik in. Daarom oefenden de vaste klanten van Renault (met de RATP en TCL voorop) druk uit op de constructeur om ook vlug met een lagevloerbus voor de dag te komen. Omdat Renault dit niet zo vlug kon klaren werd geopteerd voor een tussenoplossing: de Renault-Heuliez Citybus. Het gaat hier om een gewone GX317 waarop een Renault-logo aangebracht werd.

Pas in eind 1995 stelt Renault dan zijn eigen lagevloersbus voor : de Agora, waarvan de eerste eenheden pas in 1996 in dienst komen.

Uiterlijk - zeker achteraan met de zelfde configuratie van het motorblok - doet de bus sterk aan de R312 denken, de voorzijde is het herwerkte front van de Heuliez GX317. In het begin liep de vloer van de Agora nog op naar het einde toe, bij de derde deur was er dan ook een trede aanwezig. Bij latere versies is deze trede verdwenen.

De Agora bestaat in een twee- en driedeursversie. De meeste eenheden werden echter wel als driedeursbus geleverd. Zoals ook bij de R312 het geval was, was ook hier de RATP de grootste afnemer : zo'n 2000 stuks (alle types) reden in Parijs.

In tegenstelling tot de grote bestelling R312, was die van de Agora maar mager : slechts vijf bussen werden voor de TEC Luik-Verviers aangekocht (reeks 5.141-5.145). Deze moesten op de lijnen 4, 17 en 18 de Volvo B59 PMR bussen vervangen.

TEC Luik-Verviers 5.141. De Agora kregen in het begin een speciale livrei.

TEC Luik-Verviers 5.141

Ondertussen was Renault een alliantie aangegaan met het Italiaanse Iveco. Hieruit ontsproot in 1999 werd een nieuwe bedrijf, Irisbus opgericht, waarin de autobusactiviteiten van Renault VI en Iveco ondergebracht werd. Ook de modellen, waaronder dus ook deze Agora, werden door Irisbus overgenomen.

Bronnen:

  • Eigen documentatie

Lees meer over

Terug naar boven