TEPCE, STIC 31-32, 33-34, 35-38, 39-42 : Brossel A88 DLH

Als dochter in de Electrorailgroep kreeg de TEPCE verschillende reeksen Brossel bussen.

TEPCE 32 op de lijn Gilly-Couillet. © coll. W. Ceulemans.

STIC 32

In 1951 bestelt Electrorail een eerste reeks Brossel van het type A88 DLH. Jonckheere verzorgt de opbouw. Twee exemplaren komen in Charleroi te rijden waar ze de nummers 31-32 krijgen. Ze waren nodig om op de nieuwe lijn tussen Gilly, Montignies en Couillet te rijden.

TEPCE 33 - Charleroi. © L. Bollen.

STIC 33

De 33-34 krijgen een opbouw door Van Hool. Ze komen samen in april 1955 in dienst bij de TEPCE.

De TEPCE 40 en 37 in de stelplaats van Genson. Beide Brossel A88 DLH, maar met een opbouw door Van Hool (40) en Bostovo (37). Let op de kleine verschillen, zoals de aanwezigheid van de chauffeursdeur bij bus 40, de plaatsing van de ruitenwissers en de afwerking van de filmkast. © coll. M. Reps.

TEPCE 40 en 37

Ook Bostovo voorzag een aantal reeks Brossel A88 DLH van een koetswerk. Deze reeks kwam in 1957 in dienst bij de TEPCE als 35-38.

De laatste vier bussen kwamen pas in 1958 in Charleroi te rijden. Ze hadden allen een Van Hool opbouw. De 39 en 42 zijn van het bouwjaar 1954, de 40-41 uit 1955. Deze vier bussen hebben eerst in Gent gereden. Zo zijn de 39 t.e.m. 42 respectievelijk de ETG 223, 238, 239 en 225 geweest.

De bussen werden door de STIC overgenomen, en in 1972 afgevoerd na de komst van de eerste Van Hool-Fiat 409 reeks.

Technische gegevens

  • Aantal: 2, 2, 4, 4
  • In dienst: 1952 (31-32), 1955 (33-34), 1957 (35-38), 1958 (39-42)
  • Uit dienst: 1972
  • Carrosserie: Jonckheere (31-32), Van Hool (33-34, 39-42), Bostovo (35-38) type Electrorail
  • Chassis: Brossel A88 DLH
  • Motor: Leyland
  • Motortype: O600
  • Deuren: 2 (FoMo)
Terug naar boven